Europese bedrijven zijn vanaf 1 januari 2024 verplicht om hun initiatieven en vooruitgang rond duurzaamheid te rapporteren. Via de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) moeten bedrijven kunnen bewijzen dat ze duurzaam en verantwoord ondernemen. In een eerste fase geldt de verplichting voor de grotere, beursgenoteerde bedrijven. Een jaar later zijn alle grote bedrijven aan de beurt.
Een jaar geleden werd de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) van kracht. Die Europese richtlijn over duurzaamheidsrapportering verplicht 50.000 bedrijven in Europa om jaarlijks verslag uit te brengen over de (milieu)impact van hun activiteiten. De richtlijn staat centraal in de Green Deal en is een uitbreiding op de al bestaande regels rond duurzaamheidsrapportering (Non-Financial Reporting Directive, kortweg NFRD). De Europese Unie wil met de uitbreiding zorgen voor meer transparantie, greenwashing tegengaan en zorgen voor betere duurzaamheidsinformatie van, voor en door bedrijven. Onze redactie sprak met Sophie Maeseele van consultancybureau Pantarein over de rapporteringplicht en de impact ervan op Belgische bedrijven.
CSRD: onderdeel van bestuursverslag
De nieuwe Corporate Sustainability Reporting Directive gaat een stuk verder dan de Non-Financial Reporting Directive. Tot nu waren grote organisaties van openbaar belang (zoals banken) en beursgenoteerde ondernemingen in de EU verplicht om niet-financiële informatie (NFI) in het bestuursverslag op te nemen. Met de nieuwe CSRD vallen zowel beursgenoteerde als grote ondernemingen onder de regels rond duurzaamheidsverslaggeving.
Duurzaamheid was vroeger ‘nice to have’, nu zal de rapportering op gelijk voet staan met financiële verslagen en is een echte ‘must have’.
Sophie Maeseele – Sustainability Consultant Pantarein
De CSRD bevat gedetailleerde rapportagevereisten, gespecifieerd in de ESRS-standaarden. Zo zullen grote ondernemingen en beursgenoteerde bedrijven jaarlijks verslag uitbrengen over duurzaamheidskwesties zoals milieurechten, sociale rechten, mensenrechten en bestuurlijke factoren. Aan maar liefst 50.000 Europese bedrijven wordt gevraagd om hun inspanningen aan te tonen rond de milieu- en maatschappelijke impact. Concreet betreft dit een impactrapportering in twee richtingen, de zogenaamde ‘dubbele materialiteit’. Enerzijds brengt het bedrijf verslag uit van de impact (positief, negatief, neutraal) die de werking heeft op de planeet en het milieu (impactmaterialiteit). Anderzijds geeft het rapport de financiële impact weer die externe factoren (klimaatverandering, energie) hebben op het bedrijf (financiële materialiteit).
ESRS-standaarden
Naast een uitbreiding van de doelgroep voor rapportering verruimt ook de gevraagde duurzaamheidsinformatie. Zo schrijft CSRD een reeks standaarden voor, de zogenaamde European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Dat zijn technische vereisten waaraan de bedrijven in hun duurzaamheidsrapporten moeten voldoen. Bedrijven kunnen met die handvatten aan de slag met hun rapporteringen. ESRS telt twaalf standaarden:
- ESRS 1 en 2: dit zijn algemene standaarden waarin bedrijven en organisaties richtlijnen terugvinden voor de rapportering. Het gaat onder andere over de manier waarop het businessmodel, de organisatie en betrokkenheid van stakeholders in de strategievorming moeten worden opgenomen in de rapportering;
- ESRS E,S en G: hier gaat het om thematische standaarden die verschillende onderliggende thema’s weergeven waarover de bedrijven moeten rapporteren. Het gaat meer bepaald om vijf milieu-onderwerpen (E), vier sociale topics (S) en één over bedrijfsvoering (G).
Een belangrijk onderdeel binnen de ESRS-standaarden is de rol van de waardeketen. Bedrijven die onder de CSRD-verplichting vallen, zullen niet alleen hun eigen werking en de impact op mens en milieu moeten rapporteren. Concreet moet in het rapport informatie terug te vinden zijn over de prestaties (op ESG-thema’s) van de klanten (downstream) en leveranciers (upstream).

Geleidelijke verplichting
De nieuwe duurzaamheidsrapportering staat letterlijk voor de deur. Vanaf 1 januari 2024 moeten bedrijven, die nu al onder de regels van de niet-financiële informatie (NFI) vallen, al hun duurzaamheidsinitiatieven en de impact van en op hun werking bijhouden. Dit zijn in eerste instantie beursgenoteerde bedrijven met meer dan 500 medewerkers en grote verzekeraars. Deze bedrijven zullen in 2025 voor het eerst een verslag moeten uitbrengen over het boekjaar 2024. Voor grote ondernemingen geldt de rapporteringsplicht vanaf het boekjaar 2025. Het zijn bedrijven die voldoen aan minstens twee van volgende criteria:
- Meer dan 250 medewerkers;
- Netto-omzet van 50 miljoen euro;
- Balanstotaal van 25 miljoen euro.
Kleine en middelgrote beursgenoteerde bedrijven, kleine en niet-complexe kredietinstellingen en ‘captive’ verzekeringsondernemingen moeten vanaf het boekjaar 2026 hun duurzaamheidsinspanningen rapporteren. Voor een vierde groep (niet EU-groepen met meer dan 150 miljoen euro omzet in de Europese Unie en een dochteronderneming of filiaal in de EU) zal de verplichting starten op 1 januari 2028.
Strategisch beleid
De CSRD-rapportering zal, vanaf het moment dat het verplicht is voor de betrokken bedrijven, een groot onderdeel uitmaken van het jaarverslag. “Net als het jaarverslag slaat de duurzaamheidsrapportering op het boekjaar van een bedrijf’, legt Sophie Maeseele van Pantarein uit. Het consultancybedrijf heeft al jaren ervaring met de implementatie van duurzaamheid in het strategisch beleid van ondernemingen. “We begeleiden bedrijven in hun duurzaamheidsstrategie en -roadmap, en nadien ook met hun rapport. Daarnaast brengen we hen de nodige kennis en sensibilisering bij. De rapportering rond duurzaamheid is nu een verplichting, maar neemt bij veel bedrijven al een belangrijke positie in hun bedrijfsstrategie.”
De impact voor ondernemingen zal groot zijn. Naast een financieel jaarverslag zullen de bedrijven nu ook een niet-financieel verslag rond duurzaamheid presenteren. “Beide zullen op gelijke voet staan. Bedrijven hebben de nodige ervaring rond het rapporteren van financiële gegevens, maar ook duurzaamheidsrapportering wordt een echte ‘must have’. Het zal evenwaardig zijn aan financiële rapportering. De data dienen ook machine readable te zijn, om ze beschikbaar en controleerbaar te maken.”

Rapporteringsstress
De rapportering zal ongetwijfeld een impact hebben op de bedrijfswerking. Zo geldt er op grond van de CSRD een controleverplichting voor duurzaamheidsinformatie, om de betrouwbaarheid van de rapportering te verzekeren. Een bijkomende verplichting is dat de duurzaamheidsinformatie onderworpen zal zijn aan ‘digital tagging’. De bedrijven zullen informatie moeten taggen zodat die kan worden meegenomen in het Europese Single Acces Point (ESAP). Op die manier is de duurzaamheidsinformatie toegankelijk en transparant.
We zien vooral rapporteringsstres bij bedrijven zonder enige ervaring in duurzaamheid, bij Pantarein waken we er dan ook voor dat zij volledig ontzorgd worden.
Sophie Maeseele – Sustainability Consultant Pantarein
Voor de grootste bedrijven komt CSRD wel heel dichtbij, vanaf 1 januari 2024. Toch geeft de overgrote meerderheid van de betrokken Belgische bedrijven aan (nog) niet klaar te zijn voor die rapportering. Dat bleek eind november uit een studie van Schneider Electric. Bijna negentig (!) procent van de 251 ondervraagde ondernemingen bevestigde dat ze nog niet voldoen aan de voorwaarden die CSRD oplegt.

“Enige nuance is op zijn plaats”, meent Sophie Maeseele. “De grote, beursgenoteerde bedrijven zitten al jaren in een traject waarbij duurzaamheid deel uitmaakt van het strategisch beleid. Het milieutopic, met bijvoorbeeld de carbon footprint, is voor vele van deze spelers dan ook geen onbekend terrein meer. Maar duurzaamheid kreeg dankzij de ESG-driedeling de laatste jaren een veel bredere invulling. Er is nu ook plaats voor sociale en bestuurlijke thema’s. De rapporteringsverplichting van Europa, en vooral de ESRS, creëren nu een gelijk speelveld in de duurzaamheidsrapportage en dat geeft bedrijven, en ook ons, meer houvast. De financiële spelers die vanaf 1 januari 2024 zullen rapporteren, beschikken al over de nodige ervaring. Daar maken we ons weinig zorgen over. De rapporteringsstress zit vooral bij bedrijven voor wie de verplichting geldt vanaf het boekjaar 2025 zonder enige ervaring in duurzaamheid. Bij Pantarein waken we er dan ook over dat zij volledig ontzorgd worden en brengen we samen met hen hun impacts, risico’s en opportuniteiten in kaart wat betreft ESG.
Gaat iemand de verslagen lezen?
Een vraag die veel bedrijfsmensen zich stellen, is of iemand überhaupt die verslagen zal lezen en controleren. “Het is een terechte opmerking want de verslagen zullen uitgebreid zijn. Ik verwacht niet dat de gemiddelde consument een duurzaamheidsverslag van A tot Z zal lezen. Toch zal het een belangrijk document zijn. Reken maar dat jouw stakeholders dit met aandacht lezen. Bedrijven die hun zogenaamde ‘scope 3’ omlaag willen krijgen zullen zich baseren op jouw duurzaamheidsrapport om zo de duurzaamste leveranciers te selecteren. Ook financiële spelers gaan meer de toegang tot financiering laten afhangen van een gedegen ESG-strategie. Verder zullen elementen uit het duurzaamheidsrapport worden opgepikt door de media, of breng je als bedrijf zelf naar buiten in een lichtere, meer afgelijnde communicatie,” besluit Sophie Maeseele.
