Konica Minolta legt uit hoe het bedrijf circulair denken toepast in zijn printerproductstrategie.
Duurzaamheid is de voorbije jaren een centraal thema geworden in zo goed als elk bedrijf. Ook in de wereld van kantoorapparatuur groeit de aandacht voor circulariteit en hergebruik. Waar printers vroeger na enkele jaren vervangen werden, kiezen bedrijven steeds vaker voor een andere aanpak: refurbishing. Bij Konica Minolta speelt dat proces een steeds belangrijkere rol binnen de bredere duurzaamheidsstrategie.
Volgens marketingdirecteur Gert Lambers is duurzaamheid een noodzakelijke evolutie. “Uiteraard gaat elk bedrijf zeggen dat duurzaamheid belangrijk is, maar tussen zeggen en doen zit vaak nog een verschil,” legt hij uit. Net daarom probeert het bedrijf concrete stappen te zetten door zowel de productie als het gebruik van printers zo duurzaam mogelijk te maken.
Sector met uitdagingen
De printsector heeft altijd al een ecologische voetafdruk gehad. “Printing is niet de meest duurzame activiteit ter wereld,” erkent hij. Dat betekent echter niet dat er geen verbeteringen mogelijk zijn. Integendeel: bedrijven zoeken naar manieren om de impact te beperken.
Zo wordt er bij de productie van printers gewerkt met zoveel mogelijk gerecycleerde materialen. Daarnaast wordt ook in het gebruik van printers gekeken naar manieren om afval te verminderen. Toners bijvoorbeeld bevatten altijd een kleine restfractie. Die rest wordt opgevangen in een zogenaamde waste tonerbox en vervolgens gerecycleerd via speciale inzamelprogramma’s.
“Wij geven klanten de mogelijkheid om lege toners en waste tonerboxen in speciale kartonnen boxen te verzamelen,” zegt Lambers. “Die worden door ons opgehaald en via een vast proces zo duurzaam mogelijk gerecupereerd.” Op die manier wordt ook het gebruiksmateriaal onderdeel van een circulaire keten.
Refurbishen van printers
Konica Minolta heeft onlangs zijn “Bizhub Refreshed”-programma geïntroduceerd. Daarmee neemt het bedrijf printers over om ze een tweede leven te geven. Printers worden normaal gezien geleverd via contracten van vier tot zes jaar. Technisch gezien gaan toestellen veel langer mee. “Onze machines zijn eigenlijk gemaakt om vijftien jaar te draaien zonder grote problemen”, legt Lambers uit.
Tijdens zo’n refurbishingproces wordt de printer technisch nagekeken. “Alle bewegende onderdelen worden gecontroleerd en waar nodig vervangen,” zegt Lambers. “Daarnaast worden ook de digitale componenten volledig gewist of vervangen, zodat er geen restdata achterblijven.”
Tweedehands of als nieuw?
Hoewel refurbished toestellen technisch volledig in orde zijn, bestaat er bij sommige klanten nog een zeker stigma rond tweedehandsapparatuur. Lambers begrijpt die perceptie, maar nuanceert ze. “De facto is het natuurlijk een toestel dat al een eerste leven heeft gehad,” zegt hij. “Maar onze insteek is dat je niet kunt zien dat het een refreshed toestel is.”
Om dat te garanderen doorloopt elke refurbished printer een strikte kwaliteitscontrole. Pas wanneer alle tests succesvol zijn afgerond, krijgt het toestel een label dat aangeeft dat het officieel gereviseerd is.
Tegelijk merkt het bedrijf dat de houding tegenover refurbished producten verandert. Steeds meer organisaties vragen er zelfs expliciet naar, vaak vanuit hun eigen duurzaamheidsdoelstellingen. “Er zijn bedrijven die in aanbestedingen duidelijk aangeven dat ze refurbished toestellen willen,” zegt Lambers. “Zo kunnen ze hun eigen ecologische voetafdruk verlagen.”
Kannibalisatie
Betekent de groei van refurbished printers dat de nieuwe printers minder verkocht worden? Volgens Lambers niet. Printers hebben immers een maximale levensduur. Na ongeveer vijftien jaar worden onderdelen moeilijker te vervangen en is een nieuw toestel vaak de logische keuze.
Wat wel verandert, is de vervangingscyclus. Door refurbishing blijven toestellen langer in gebruik voordat ze worden vervangen. “Die termijn schuift wat op,” zegt Lambers. “Maar uiteindelijk stabiliseert de cyclus opnieuw, omdat oudere machines toch vervangen moeten worden.”
Refurbishing zonder transport
Konica Minolta probeert zijn ecologische voetafdruk ook te verkleinen op andere manieren. Een voorbeeld daarvan is het uitvoeren van de refurbishing bij de klant zelf, en dus niet in eigen complexen. Technici reviseren de printers ter plaatse, waarna de toestellen opnieuw in een nieuw contract worden opgenomen.
Die aanpak heeft een bijkomend voordeel: er is geen transport nodig. “Als je een printer moet ophalen, naar een magazijn brengen en daarna opnieuw leveren, komt daar transport bij kijken,” legt Lambers uit. “Door de revisie ter plaatse uit te voeren vermijd je dat extra transport.” Volgens interne cijfers zijn er in 2022 8.900 van die bezoeken gebeurd waardoor er 108.000 ton CO2 bespaard is.
Circulair denken
Voor Lambers draait duurzaamheid uiteindelijk niet alleen om refurbished toestellen, maar om het volledige levenscyclusdenken. “Het belangrijkste is dat de volledige ketting zo ecologisch mogelijk is,” benadrukt hij. “Van bij de productie tot aan het einde van de levensduur moet je nadenken over wat er met het toestel gebeurt.”
Door printers langer te gebruiken, materialen te recycleren en hergebruik te stimuleren, probeert de sector zijn impact te beperken. Refurbishing vormt daarin een belangrijke schakel, maar slechts één onderdeel van een groter circulair systeem.
Of zoals Lambers het samenvat: “Je moet van bij de aanvang nadenken over wat er achteraf met een product gebeurt, zelfs als dat pas over tien of vijftien jaar is.”
