fast fashion
(Beeld: Shutterstock)

Fast fashion: een dubbele boosdoener voor de samenleving

Fast fashion is een beladen term en is zowat synoniem met spotgoedkope kledingmerken. Heel wat modebedrijven proberen ondertussen het tij te keren en trekken meer en meer de duurzame kaart.

Kleine productie-ateliers waarin arbeiders werken aan hongerlonen, geen bescherming krijgen tegen gevaarlijke stoffen en materialen en ook al eens kinderen tewerk worden gesteld. Of de hoge stapels kleding die door inwoners van rijke landen na een paar keer dragen worden afgedankt en belanden in minder bedeelde landen. In onze samenleving vat je dat eenvoudig samen met de term fast fashion.

Verrassend genoeg lag de oorsprong van de term ergens helemaal anders. Een journalist bij de New York Times introduceerde het in 1989, in een artikel over het modemerk Zara. Destijds opende Zara net de eerste filialen buiten Spanje, al wist de nieuwkomer onmiddellijk de concurrentie de stuipen op het lijf te jagen.

Van gokspel naar exacte wetenschap

Zara schudde het gangbare businessmodel in de sector stevig door elkaar. Terwijl modehuizen nog braaf ieder seizoen een nieuwe collectie in de winkel hingen, bracht Zara de doorloopsnelheid van zijn eigen collectie terug naar slechts twee weken. Snelheid primeerde en de term fast fashion werd geboren.

De mode-industrie vormde Zara om van een gokspel tot een zowat exacte wetenschap. Verkoopcijfers vormen voor het fast fashion-model namelijk de leidraad voor het uitbrengen van weeral een nieuwe collectie. Andere kledingmerken hadden er het nakijken naar met hun vier collecties per jaar.

Kosten drukken in het buitenland

Binnen de productie werden de zaken ook stevig door elkaar geschud. Ontwerpers bij kledingmerken van bijvoorbeeld H&M, Primark en C&A gokken zowat een jaar op voorhand wat hun klanten nu willen dragen. Dat houdt bijgevolg een risico in, want met zekerheid kunnen de ontwerpers niet zeggen dat volgende zomer spaghettibandjes populair zijn.

Het is eigenlijk koffiedik kijken en kledingmerken zien niet graag hun inkomsten dalen. Ze kiezen er daarom voor om risico’s te spreiden door kosten te drukken. Dat doen ze onder meer bij het uitzoeken van een atelier. De voorkeur gaat doorgaans uit naar leveranciers in landen ver van België, met India, Bangladesh en China als favorieten. De ateliers daar krijgen het zwaar te verduren. Zij krijgen de taak stoffen zo goedkoop mogelijk op de kop te tikken en de kosten van de werkkrachten te drukken. Dat resulteert in de erbarmelijke omstandigheden waarvan we allemaal weet hebben.

Ateliers steeds de dupe

Zara veranderde de zaken en daarmee ook de locaties. Om de snel routerende collectie tegen een lage prijs te vervoeren, zocht Zara naaiateliers dichter bij huis. Hierdoor leggen de kleren een minder lange afstand af, wat beter is voor het milieu en de transportkosten voor Zara niet de hoogte in jaagt.  Daarmee lijkt het fast fashion-businessmodel helemaal geen boosdoener. Wie dieper graaft, merkt echter dat schijn bedriegt.

Opnieuw zijn het de naaiateliers die de negatieve gevolgen van het businessmodel dragen. De bestverkochte kledingstukken kunnen namelijk alleen maar snel in de winkel liggen als de bestelling reeds klaar ligt in het naaiatelier. Loopt een kledingstuk in de praktijk toch niet zo goed, dan annuleert het kledingmerk de bestelling simpelweg zonder zelf enig gevolg te dragen. De naaiateliers blijven daarentegen achter met niet-gecompenseerde stoffen en voorraden afgewerkte kledingstukken die nooit verkocht zullen worden.

Het concept fast fashion is zo een dubbele boosdoener voor de samenleving. Heel wat modemerken binnen en buiten België zoeken voortaan naar duurzamere manieren om kleding te maken. JBC bijvoorbeeld zet zich in voor maatschappelijk ondernemen met zijn Go Forward-strategie. Daardoor heeft het modemerk een collectie die minstens voor de helft bestaat uit materialen met een hoge Ecoscore. In de praktijk wordt het gebruik van water en chemicaliën vermindert, wordt er zo weinig mogelijk weggegooid en zijn de arbeidsomstandigheden in de naaiateliers beter.

Een ander duurzaam initiatief is de Fair Wear Foundation. Deze Nederlandse vzw zet zich in voor een mode-industrie waarin iedere werknemer veilig werk kan verrichten aan een eerlijk loon. Fast fashion maakt in andere woorden plaats voor fair fashion. Meer dan 140 modemerken sloten zich al aan bij het initiatief, waaronder heel wat producenten van bedrijfskleren zoals: HAVEP, Continental Collection, Schijvens en De Berkel.

Nieuwsbrief

In je mailbox: aankondigingen van opleidingen, events, nieuws en inzichten over duurzaamheid.

"*" indicates required fields

Consent*
This field is for validation purposes and should be left unchanged.