Europa wil minder primair hout als hernieuwbare energie

De leden van het Europees Parlement zijn het erover eens: het aandeel primair hout binnen hernieuwbare energie moet naar beneden. Ze hebben daarvoor de nodige amendementen aangenomen. Die amendementen roepen op tot een geleidelijke vermindering van het aandeel primair hout.

Veel van het hout dat doorging voor duurzaam, bleek dat helemaal niet te zijn. Secundair hout zoals restafval uit bosbeheer of de houtindustrie vormde op zich geen probleem. Primair hout daarentegen zorgde wel voor kopbrekens: gekapte bomen bleken te vaak afkomstig uit beschermde bossen in Oost-Europa.

Laatste wilde bossen

De Environmental Investigation Agency (EIA) pakte daarover uit met een nieuw bezwarend rapport. Dat onthult dat “meer dan een dozijn biomassa-installaties en pelletfabrieken in vier landen in Oost- en Centraal-Europa tienduizenden volledige boomstammen uit beschermde bossen binnenkregen. Die waren niet alleen geen houtafval, zoals de industrie beweert, maar ook afkomstig uit Natura 2000-gebieden, natuurreservaten en nationale parken, en droegen bij aan de vernietiging van de laatste wilde bossen op het continent.” Deze vaststelling is des te pijnlijker om dat heel wat bedrijven uit de houtindustrie Europese subsidies krijgen.

Milieu-ngo’s voeren al jaren campagne om te voorkomen dat regeringen houtverbranding meerekenen in hun doelstellingen voor hernieuwbare energie. Met de nieuwe amendementen halen ze nu hun slag thuis.

Meer hernieuwbare energie

Het Europees Parlement wil dat er tegen 2030 veel meer hernieuwbare energie wordt gebruikt en dat het energieverbruik sterk wordt teruggedrongen. Afgelopen woensdag stemden de leden van het Europees Parlement, naast de hout-amendementen, ook voor een verhoging tot 45 procent van het aandeel hernieuwbare energiebronnen in het EU-energieverbruik en dat tegen uiterlijk 2030.

Er komen ook specifieke doelstellingen voor sectoren zoals vervoer, gebouwen en stadsverwarming en -koeling. In de vervoersector bijvoorbeeld moet het gebruik van hernieuwbare energiebronnen leiden tot een vermindering van CO2-uitstoot met 16 procent – door een groter aandeel geavanceerde biobrandstoffen en een ambitieuzer aandeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, zoals waterstof.

Elke lidstaat moet twee grensoverschrijdende projecten opzetten voor de verdere ontwikkeling van groene elektriciteit. Lidstaten met een jaarlijks elektriciteitsverbruik van meer dan 100 TWh moeten tegen 2030 een derde project uitwerken.

Nieuwsbrief

In je mailbox: aankondigingen van opleidingen, events, nieuws en inzichten over duurzaamheid.

"*" indicates required fields

Consent*
This field is for validation purposes and should be left unchanged.