Sinds 31 juli 2026 mag een Europese consument eisen dat zijn wasmachine of smartphone hersteld wordt, ook wanneer de garantie al lang verstreken is. België zette de richtlijn niet op tijd om. Wat moeten fabrikanten in orde brengen, en wat mogen gebruikers vandaag echt verwachten?
Het recht op herstel is geen enkele wet. Het is een stapel Europese teksten die op elkaar steunen: ecodesignverordeningen die bepalen hoe een toestel ontworpen en bevoorraad moet worden, een energielabel dat herstelbaarheid zichtbaar maakt, en een richtlijn die van die technische eisen een afdwingbaar consumentenrecht maakt. Dat sluitstuk is Richtlijn (EU) 2024/1799. En net daar knelt het.
Reserveonderdelen
Ecodesign begon als energiebeleid. Twee decennia lang ging het over standby-verbruik, gloeilampen en efficiëntieklassen. De kanteling kwam op 1 maart 2021. Vanaf dan moesten fabrikanten van wasmachines, vaatwassers, koelkasten en elektronische beeldschermen reserveonderdelen zeven tot tien jaar beschikbaar houden, ze binnen vijftien werkdagen leveren en professionele herstellers toegang geven tot herstelinformatie.

Op 20 juni 2025 kwam de categorie erbij waar de ICT-sector het meest naar keek: smartphones, tablets, gewone gsm’s en draadloze telefoons. Batterijen moeten sindsdien na 800 laadcycli nog minstens 80 procent van hun capaciteit halen. Kritieke onderdelen moeten binnen vijf tot tien werkdagen leverbaar zijn en zeven jaar beschikbaar blijven nadat het model uit de verkoop gaat. Besturingssysteemupgrades lopen minstens vijf jaar door, gerekend vanaf het laatste verkochte exemplaar. Professionele herstellers krijgen niet-discriminerende toegang tot de software en firmware die ze nodig hebben. Tegelijk kreeg de smartphone als eerste product een verplicht energielabel met een herstelbaarheidsklasse van A tot E.
Wat de richtlijn toevoegt
De richtlijn zelf legt geen enkele ontwerpeis op. Ze doet iets anders: ze zet bestaande herstelbaarheidseisen om in een recht dat een klant kan inroepen. Het toepassingsgebied volgt de producten waarvoor al ecodesignregels gelden: wasmachines, vaatwassers, koel- en vriestoestellen, stofzuigers, elektronische beeldschermen inclusief televisies, smartphones en tablets, servers en dataopslagproducten, lichtbronnen en lasapparatuur. Een algemeen recht op herstel voor alles wat je koopt, is het dus niet.
Binnen die lijst gelden vier nieuwe verplichtingen. Een fabrikant moet herstellen wanneer een consument daarom vraagt, gratis of tegen een redelijke prijs en binnen een redelijke termijn, ook buiten de garantieperiode. Duurt het lang, dan kan hij een vervangtoestel uitlenen; is herstel onmogelijk, dan mag hij een refurbished exemplaar aanbieden.

Daarnaast verdwijnen de blokkades. Contractuele clausules, hardware- of softwaretechnieken die herstel verhinderen zijn verboden, tenzijer een legitieme reden is zoals intellectuele eigendom. Fabrikanten mogen onafhankelijke herstellers niet beletten tweedehands, compatibele of 3D-geprinte onderdelen te gebruiken, en mogen een herstelling niet weigeren omdat iemand anders er eerder aan gewerkt heeft. Dat laatste raakt rechtstreeks aan parts pairing, de praktijk waarbijeen toestel een onderdeel softwarematig herkent en afwijst.
Verder moeten indicatieve prijzen voor courante herstellingen op een vrij toegankelijke website staan. En wie binnen de wettelijke garantie voor herstel kiest in plaats van vervanging, krijgt die garantie eenmalig met twaalf maanden verlengd. Voor herstellers is er het Europees reparatie-informatieformulier: een gestandaardiseerd document met prijs, termijn en eventueel vervangtoestel, gratis te verstrekken en in principe 30 kalenderdagen geldig.

Wat moet je nu regelen?
Voor wie hardware op de Europese markt zet, is dit geen dossier voor 2027. De verplichtingen gelden sinds 31 juli en raken de hele achterkant van de organisatie: onderdelenlogistiek met gegarandeerde levertermijnen, een publiek prijsoverzicht per productfamilie, een procedure om herstelaanvragen te ontvangen en te documenteren, en een herziening van servicecontracten die exclusiviteit opleggen. Zit de fabrikant buiten de EU, dan schuift de verplichting door naar de importeur of de verdeler.
lees ook
Repareren bespaart honderden euro’s op wasmachine, smartphone en e-bike
De sancties staan niet in de richtlijn: die moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, maar elke lidstaat vult ze zelf in. Duitsland keurde zijn Reparaturgesetz pas op 26 juni 2026 goed, vijf weken voor de toepassingsdatum.
Wat mag je verwachten?
Voor de gebruiker is de winst dat hij de fabrikant rechtstreeks kan aanspreken, ook jaren na aankoop, en dat een offerte 30 dagen bindend is. De drempel zakt, maar hij verdwijnt niet. Herstel blijft betalend buiten de garantie, en de richtlijn zegt nergens wat een redelijke prijs is. Dat is meteen de grootste zwakke plek: blijft een schermmodule even duur als vandaag, dan verandert er in de praktijk weinig.
België hinkt wat achterop
Eind juli had slechts een handvol lidstaten de omzetting formeel aan de Europese Commissie gemeld, en België hoorde daar niet bij . Op 28 mei 2026 startte de Commissie al inbreukprocedures tegen twintig lidstaten, België incluis, die de richtlijn rond groene claims niet tijdig omzetten. Die tekst wordt op 27 september van toepassing.
lees ook
Veel Vlamingen willen oude smartphone hergebruiken, maar privacy remt hen af
Twee zaken moet België nog leveren. Een nationaal contactpunt voor het Europese herstelplatform, waarvan de Commissie de interface tegen 31 juli 2027 moet bouwen en dat op 1 januari 2028 operationeel wordt. En tegen 2029 minstens één maatregel die herstel actief stimuleert. Repair&Share pleit voor een herstelbonus naar Frans model, vraagt de wetgever om het begrip redelijke prijs concreet in te vullen, en om ook onafhankelijke ateliers, repair cafés en refurbishers op het platform toe te laten.
Papier of praktijk
De architectuur staat overeind. Ontwerpeisen, onderdelenplicht, een label en een richtlijn die er een recht van maakt: op Europees niveau sluit het geheel. Wat ontbreekt is de prijszetting en de handhaving, en dat zijn net de twee zaken die nationaal geregeld worden. Voor fabrikanten is het dossier vandaag al een compliancekwestie. Voor gebruikers bestaat het recht, maar nog niet de reflex.
