De verstokte stedeling zou haast vergeten waar groenten en fruit vandaan komen. Met een gemeenschapsboerderij verspreid over drie daken in het hart van het Antwerpse district Berchem, wil Volle Grond daar verandering in brengen. Vruchten, kruiden en kippen boven op de bovenste etage van een oud pakhuis herstellen een verloren gegane connectie.
De site van PAKT, onderdeel van het zogenaamde Groen Kwartier, is al sinds 2016 een unieke plek in Antwerpen. Op een terras op een gezellig centraal plein nippen bezoekers van een koffie van Caffenation, wereldberoemd in de koekenstad. Op een zomeravond loopt de ietwat verborgen plek helemaal vol met bezoekers van de restaurants, de fitness of het biercafé.
Boven de horecazaken op het gelijkvloers hebben meer dan twintig bedrijven hun kantoor. Na een grondige renovatie die twintig jaar geleden begon, beleeft het bijna honderd jaar oude pakhuis waarnaar PAKT vernoemd is zo een tweede jeugd.
Wie echt bruisend leven wil zien, moet de ogen echter naar boven richten. Op de daken van de drie panden van de site onderhoudt Volle Grond een heuse boerderij, kippen en eenden incluis.


Hulp van PAKT
“De dakboerderij is ontstaan als een hele mooie samenwerking tussen de eigenaars van PAKT en Bram Stessel, de bezieler van Volle Grond”, zegt Hannelore Akkermans, dagelijks manager van de boerderij. “Bram zag een scheiding tussen het platteland en de stad, en merkte dat mensen in de stad voeling verloren met de boeren. Wanneer mensen zien waar hun voedsel vandaan komt, kunnen ze dat opnieuw meer appreciëren. “De eigenaars zochten nog een kers op de taart voor hun project, zodat het meer zou zijn dan gewoon een bedrijventerrein.”
Het resultaat van die samenwerking viert binnenkort zijn tiende jubileum. Bovenop PAKT is de impact van Volle Grond het meest zichtbaar (en proefbaar), maar de organisatie doet meer dan alleen de boerderij uitbaten.
Niet voor de opbrengst
“De opbrengst van de dakboerderij is niet voldoende groot om financieel rendabel te zijn”, vertelt Hannelore. “En dat is ook niet de bedoeling.” Het businessmodel van Volle Grond bestaat daarom uit verschillende pijlers: “De boerderij wordt mee onderhouden door maximaal 150 leden, die lidgeld betalen. Verder zijn er betaalde rondleidingen. De expertise die we opdoen, gebruiken we voor adviestrajecten voor bijvoorbeeld andere daktuinen maar ook moestuinprojecten.”
Korte keten webshop
“En dan is er nog de B2B-verkoop”, gaat ze verder. “Volle Grond is een coöperatie waaraan ook bioboeren van net buiten de stad deelnemen. Restaurants kunnen via het principe van de korte keten bio groenten bestellen op een webshop, en wij regelen de levering en nemen een beetje commissie.”
Bruisend van het leven
De trekpleister is natuurlijk de dakboerderij zelf. We klimmen naar het dak via een trap aan de zijkant van het pakhuis. Eens boven betreden we een andere wereld. Het gonst en zoemt er van het leven. Hommels en wilde bijen doen zich tegoed aan de nectar van een veelvoud aan bloemen. De skyline van Antwerpen is duidelijk zichtbaar, maar de stad lijkt tegelijkertijd heel veraf.
“Tot vorig jaar hadden we zelf bijenkasten op het dak”, vertelt Hannelore. “Maar dat werd door de komst van de Aziatische hoornaar onhoudbaar. De hoornaars maakten hun nesten in de buurt, en kwamen de bijen uit de lucht plukken.”



Paradijselijk
Van dat drama zien we tijdens ons bezoek geen spoor meer en een aanval van hoornaars op de wilde bijen blijft op dit moment in het seizoen nog uit. We bevinden ons in een kruising tussen een haast paradijselijke tuin en een compact landbouwbedrijf.
Een boerderij poot je natuurlijk niet zomaar neer op een dak, en dat is heel duidelijk van waar we staan. Centraal zien we een niet al te dikke laag grond met daarin bloemen en kruiden, en een licht kippenhok met grote Brahma’s. Langs de zijkant staan veel grotere bakken met stevigere gewassen zoals een appelboompje. Ook in het midden van het dak zien we hier en daar een grote bak met een boompje in.
Stabiliteitsstudie
“Veiligheid en gewicht zijn de belangrijkste factoren om mee rekening te houden bij de aanleg van een dakboerderij”, licht de boerderijmanager toe. “Ingenieurs hebben een stabiliteitsanalyse uitgevoerd. Dat gebeurt meestal algemeen, voor een heel dak, maar voor ons is de analyse op microniveau uitgevoerd. We hebben echt per vierkante meter de draagkracht van het dak berekend.”
Dat de basisstructuur van het pakhuis zijn honderdste verjaardag nadert, is daarbij een pluspunt en geen minpunt. “Zo bouwen ze niet meer”, lacht Hannelore. De drie daken van de PAKT-site zijn zo een stuk steviger dan gemiddeld. Dat het pakhuis destijds bedoeld was om zware bouwmaterialen op te slaan, helpt ook.
850 kilo
Bovenop het dak zien we de resultaten van de stabiliteitsanalyse met onze eigen ogen. Op de buitenste draagmuren staan de zwaarste bakken met de meeste grond. Die doen tevens dienst als borstwering. Waar dragende zuilen staan, heeft Volle Grond eveneens grotere bakken neergepoot.
“Die bakken wegen ongeveer 850 kilo per stuk”, weet Hannelore. “Dat kan niet in het midden van het dak staan.” Tussenin staan kleinere bakken, gevuld met een substraat van grond en lavasteen. “Lavastenen zijn lichter en bevatten veel mineralen.”
Unieke bevochtiging
De kweekbakken zijn uitgerust met een ingenieus systeem voor hydratatie, bedacht door Bram zelf. Wanneer het regent wordt overtollig water uit de grond afgevoerd naar een lagere bak, om bij periodes van droogte de bodem automatisch opnieuw te bevochtigen.
Verspreid over de daken wordt zo ongeveer 100.000 liter water bewaard. Het systeem houdt de grond vochtig, maar volstaat niet om de planten tijdens droogte te bewateren. Daarvoor heeft de dakboerderij nog eens 100.000 liter ter beschikking in een grote tank onder het plein beneden.
Niet (meer) genoeg
“De afwatering brengt regenwater naar die tank”, licht Hannelore toe. Dat zorgt ervoor dat de dakboerderij water beter kan vasthouden dan een klassieke boerderij. “Periodes van hitte, afgewisseld met hevige regenval, zijn goed voor ons”, weet ze. “Al duren de droge periodes intussen te lang. De totale watercapaciteit van 200.000 liter is niet meer voldoende. We zouden de berekening voor het water nu anders maken dan tien jaar geleden. Voor deze oppervlakte moeten we eigenlijk anderhalf tot twee keer meer water opslaan.”
Veganistische oesters
Terwijl we verder over het dak wandelen, komt chef Lander van nabijgelegen restaurant Camionette het dak op. Hij komt planten, bloemen en kruiden plukken voor de vegan gerechten van ’s avonds. “Dit is mijn moment van zen”, lacht Lander. De oogst van het segment van het dak waar we nu staan, is voorbehouden voor Camionette en daar geeft het restaurant een vergoeding voor. We mogen toch een blaadje proeven. De smaak van een oester, komende van een klein groen blaadje, is even verrassend als onmiskenbaar. “Oesterblad”, grinnikt Hannelore.



Hooi, wormen incluis
Tussen de kruiden en plantenbakken vallen de vele hooibalen op. Daaruit groeien telkens enkele gezond ogende planten, maar dat is niet het enige doel van de balen. Ze zijn cruciaal voor de boerderij, en emblematisch voor Volle Grond.
Hannelore grijpt met haar hand in een hooibaal en haalt er een zwarte sterk gecomposteerde substantie uit, die tiert van het leven. Verschillende wormen kruipen uit de grond-in-wording.
“Die wormen voegen we niet toe”, weet Hannelore. “Ze verschijnen gewoon, vermoedelijk omdat vogels zoals merels hun eitjes meebrengen aan hun poten. We bewateren de hooibalen waarna er een compostproces start. Daar voegen we enkel wat mineralen zoals kalk en lavameel aan toe.”
Volle grond
Tijdens het proces groeien er éénjarige planten op het hooi. Na het seizoen voegt Volle Grond het hooicompost toe aan de plantenbakken. De wormen woelen alles om, waarna de grond opnieuw voedzaam wordt. Volle Grond zorgt zo voor zijn eigen, nu ja, volle grond.
We begeven ons van het eerste naar het tweede dak via een passerelle, opnieuw voorzien voor PAKT. Daar groeit een pruimenboom. We proeven een vers geplukte warme en rijpe vrucht.
“Heerlijk hoe je alles rechtstreeks kan opeten, zonder dat je hoeft af te spoelen”, vindt Hannelore. “We voegen geen kunstmatige mest toe en gebruiken geen pesticiden, dan kan dat.”
Geëngageerde leden
“Om de boerderij te onderhouden, hebben we onze leden wel nodig”, aldus Hannelore. “Zij engageren zich om minstens 24 uur per jaar te komen helpen met allerhande taken, zoals onderhoud, bewatering, oogsten of snoeien. Enkele professionele boeren met expertise begeleiden de leden daarin.”
Wat er op de dakboerderij staat, wordt daardoor voor een stuk gedreven door de leden. We stappen van de buitenboerderij een dakserre in, waar een veelvoud aan pepers de show steelt. “De leden die hiermee bezig zijn, zijn heel passioneel”, weet Hannelore. “Ze hebben zaden van over de hele wereld bemachtigd.” De serre laat Volle Grond toe om ook in de winter te telen.
Sociale functie
Aan de andere kant van de serre staat een kleine buitenkeuken. Daar verwerken de leden de oogst en kunnen ze samen van een maaltijd genieten. Hannelore: “Mensen schrijven zich vaak in omdat ze in de stad wonen en een tuin missen, maar de dakboerderij heeft ook een sociale functie. In bijna tien jaar tijd is hier een hechte gemeenschap ontstaan, die bijna wekelijks in de marge zelf iets organiseert.”
Komt er veel volk, dan zal dat wel op de begane grond moeten gebeuren. Ook mensen wegen immers iets, en ieder dak van de boerderij kan maar een beperkt aantal bezoekers torsen.
Wormen in de kelder
Van het tweede dak wandelen we via een trap en een kort bruggetje naar het laatste. Zo eindigen we boven Caffenation, waar ons verhaal gestart is. Ook onder de koffiebar is er activiteit voor de dakboerderij. Tienduizenden compostwormen verteren daar het voedselafval van restaurant Camionette tot organische mest, die dan via het water naar de gewassen kan terugvloeien.
Zuiderse invloed
De dakboerderij van Volle Grond toont een enorme diversiteit aan kruiden en gewassen. “Bloemkolen doen we niet”, vertelt Hannelore nog. “Die nemen te veel plaats in, en kan je niet met veel mensen delen.” Op het dak zien we veel interessante planten, soms afkomstig van meer zuiderse streken. Logisch: het klimaat op het dak is iets warmer dan op de begane grond.
Wanneer mensen zien waar hun voedsel vandaan komt, kunnen ze dat opnieuw meer appreciëren.
Hannelore Akkermans, dagelijks manager bij Volle grond
Drie zusters
Een volle, gezonde bodem, blijft niet vanzelf vruchtbaar. Wat je plant, speelt een cruciale rol. Volle Grond laat zich inspireren door een precolumbiaanse landbouwtechniek uit Zuid-Amerika. Maak kennis met de drie zusters: maïs, bonen en pompoen.
De bonenplant gebruikt de maïs als klimstok, terwijl de pompoen de grond in de schaduw houdt. Maïs en pompoen halen stikstof uit de grond. Wanneer je alleen deze gewassen plant, raakt de bodem uitgeput en moet je bijmesten. Dat is wat er bij monocultuur op grote schaal gebeurt. Hier zorgt de bonenplant voor het evenwicht. Die haalt stikstof uit de lucht, en stopt die opnieuw in de grond.
Het proces is arbeidsintensief en niet meteen repliceerbaar op de grote schaal van landbouw vandaag. Het illustreert wel heel goed wat de problemen van monocultuur zijn, en hoe de natuur zelf de tools aanreikt om het evenwicht te bewaren.
Inspirerende oogst
De boerderij bovenop PAKT slaagt wonderwel in zijn opzet. Opbrengst is niet de prioriteit, maar met de hulp van de leden toont Volle Grond hoe platteland en stad compatibel zijn. Hier is wonderwel duidelijk waar gewassen vandaan komen en wat nodig is om ze gezond te houden. De 1.800 vierkante meter in Berchem illustreren dat eigenlijk beter dan een monocultuur van maïs buiten te stad. Dat het onderhoud van de dakboerderij vanzelf is uitgegroeid tot een project met sociale functie, toont verder aan des mensen het is om zaken te laten groeien. De bijen en vlinders die het dak frequenteren, maken dan weer een overtuigende case voor de biodiversiteit die een moestuin op het dak naar de stad brengt.
Volle Grond inspireert in ieder geval. Wat verder startte de organisatie bovenop het M HKA met een tweede, kleinere dakboerderij, en in Rotterdam haalde het de Rooftop Hero Award voor 2026 binnen. “Die erkenning geeft toch voldoening”, glundert Hannelore.
