Waarom laat meer dan 20% van de Vlamingen zwerfvuil achter?

Zwerfvuil staat hoog op het lijstje van ergernissen van de Vlaming, zo blijkt uit de jaarlijkse Gemeente-Stadsmonitor van de Vlaamse overheid. Het maakt onze leefomgeving minder aangenaam om in te wonen, werken of ontspannen.

Acht op de tien Vlamingen menen het goed, zo blijkt uit een recent onderzoek van Mooimakers, het initiatief tegen zwerfvuil en sluikstort van de OVAM, Fost Plus en VVSG. Desondanks, loopt het soms toch nog verkeerd. Waarom blijft zwerfvuil bestaan, ondanks onze goede intenties? Volgens het onderzoek ligt een belangrijke oorzaak in een gebrek aan kennis over de negatieve effecten van zwerfvuil, maar ook aan kleine hindernissen die ervoor zorgen dat het afval op straat terechtkomt.

Zwerfvuil staat in de top drie van de grootste ergernissen van de Vlaming volgens de jaarlijkse Gemeente-Stadsmonitor van de Vlaamse overheid. Het bederft niet alleen onze leefomgeving, maar kost de maatschappij ook handenvol geld om het op te ruimen. Bovendien breekt afval heel traag of nooit af en heeft het een negatieve invloed op het milieu en onze gezondheid. Hoewel de meeste Vlamingen vastberaden zijn om er iets aan te doen, eindigt afval soms toch op plekken waar het niet thuishoort, vaak omdat mensen onderweg kleine hindernissen tegenkomen die hen beletten het juiste te doen, nl. afval in de vuilnisbak gooien. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek door Mooimakers naar de intrinsieke en extrinsieke factoren die leiden tot zwerfvuil.

Intention-behaviour gap

Dit fenomeen, ook wel bekend als de intention-behaviour gap, onthult de kloof tussen intentie en daadwerkelijk gedrag. De resultaten tonen diverse gedragsprofielen binnen Vlaanderen met betrekking tot zwerfvuil. Wat blijkt? Voornamelijk 16- tot 34-jarigen vormen een groter risico op het achterlaten van zwerfvuil door onder andere kleine hindernissen en een gebrek aan kennis. Op het vlak van andere socio-demografische factoren, zoals gender, provincie waar ze wonen, sociale klasse, zijn er geen significante verschillen. Het onderzoek onderscheidt vier groepen.

De eerste twee groepen, de “Principiëlen” en de “Per Ongelukkers”, vertegenwoordigen samen ongeveer 80% van de bevolking en hebben een hoge motivatie om geen zwerfvuil achter te laten.

  • Principiëlen (51%): deze groep heeft een sterke intrinsieke norm tegen het achterlaten van zwerfvuil. De “Principiëlen” zijn gemiddeld 54 jaar oud, met meer 55-plussers dan de andere drie groepen.
  • Per Ongeluk (30%): ook zij hebben een sterke intrinsieke norm, maar laten soms zwerfvuil achter als ze zelf niet de causale factor zijn. De oorzaak ligt buiten henzelf, bijvoorbeeld als het regent, het waait of hun afval op de grond valt. Bij de “Per Ongelukkers” is de gemiddelde leeftijd 50 jaar, en 42% is ouder dan 55 jaar.

De “Goedpraters” en “Onverschilligen”, die samen ongeveer 20% van de bevolking vormen, tonen een lagere motivatie om geen zwerfvuil te veroorzaken.

  • Goedpraters (10%): deze mensen rechtvaardigen hun gedrag door externe factoren te gebruiken als excuses, bijv. anderen doen het ook, er ligt al zwerfvuil of het rioolputje is toch beter dan op straat. De “Goedpraters” zijn gemiddeld 36 jaar oud en 54% van hen is tussen de 16 en 34 jaar.
  • Onverschilligen (9%): deze groep heeft weinig tot geen intrinsieke motivatie om zwerfvuil te vermijden. Ze zien het probleem niet en geven feedback zoals “het afval vergaat toch” en “het brengt de natuur geen schade toe”. De gemiddelde leeftijd bij de “Onverschilligen” is 39 jaar, en 53% is tussen de 16 en 34 jaar.

De oorzaak: hindernissen en een gebrek aan kennis

Het valt op dat de echte redenen waarom Vlamingen zwerfvuil achterlaten niet altijd stroken met de gangbare vooroordelen die ze hebben over het gedrag van anderen. De Vlaming geeft aan dat hij al eens zwerfvuil achterlaat bij een gebrek aan vuilnisbakken in de buurt, het idee dat afval vanzelf vergaat, omdat hij niks bij heeft om het in te steken of omdat het maar iets kleins is. Het gaat dus niet altijd om een slechte opvoeding, de drang om snel van afval af te zijn, of om het feit dat er al zwerfvuil ligt.

Er heerst ook de misvatting dat kleine items zoals kauwgom of sigarettenpeuken geen schade toebrengen aan het milieu. De rode draad in deze redenen is een gebrek aan informatie, kennis en infrastructuur. Een kleine minderheid vindt dat de verantwoordelijkheid van zwerfvuil niet bij de burger ligt.

De oplossing: een integrale aanpak

“Hoewel het plaatsen van meer vuilnisbakken een eenvoudige oplossing lijkt, bestaat er toch geen eenduidig antwoord. Het komt erop aan om de juiste vuilnisbak op de juiste plaats te krijgen en op de juiste momenten leeg te maken. Als alle parameters juist zitten en er goede communicatie is over de wijzigingen zien we zwerfvuil afnemen. Mooimakers helpt steden en gemeenten om hun vuilnisbakkenplan te optimaliseren in de strijd tegen zwerfvuil. Die samenwerking met lokale besturen is essentieel. Zij staan dichter bij hun inwoners en weten wat de concrete probleemsituaties zijn. Het maakt deel uit van een integrale aanpak, waarbij we ons richten op zes kernpijlers: preventie en dus minder verpakkingen, infrastructuur, omgeving, communicatie, participatie en handhaving”, stelt Jan Verheyen, woordvoerder bij OVAM en Mooimakers. “Het onderzoek bevestigt deze 6 pijleraanpak”.

“Onze communicatiestrategie had vroeger tot doel afval in vuilnisbakken te laten belanden, in plaats van op de grond. Nu willen we nog meer nadruk leggen op de negatieve gevolgen en schadelijkheid van zwerfvuil, maar ook oplossingen aanreiken. Dit zullen we doen door mensen beter te informeren, hun kennis te vergroten om zo een gedragsverandering te bewerkstelligen. Zo willen we bijv. rokers duidelijk maken dat peuken schadelijk zijn voor het milieu en niet thuishoren op de grond of in het rioolputje”, concludeert Verheyen. “Met de campagne deze zomer willen we mensen laten stilstaan en nadenken bij de kleine hindernissen die ze tegenkomen. Gooi ik mijn flesje nog bij in een volle vuilnisbak? Loop ik toch achter een servetje dat wegwaait? Het zijn die dagelijkse situaties waarin we mensen aan het denken willen zetten. Met de campagne richten we ons extra naar jongeren omdat zij een groter risico vormen.”

Nieuwsbrief

In je mailbox: aankondigingen van opleidingen, events, nieuws en inzichten over duurzaamheid.

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.