In Dessel is de bouw gestart van een bovengrondse bergingssite voor 70.000 vaten met laag- en middelradioactief afval. Het afval zal er minstens 300 jaar veilig opgeslagen blijven, zo meldt VRT NWS. Premier Bart De Wever (N-VA) legde vandaag de eerste steen.
Van tijdelijke naar definitieve opslag
Sinds 1983 werden al meer dan 50.000 vaten tijdelijk opgeslagen in betonnen bunkers van NIRAS. Dat gebeurde nadat België in 1982 een einde maakte aan het storten van vaten in zee. De keuze voor Dessel kwam er pas na jaren van overleg, inspraak en het voorzien van lokale compensaties.
Wat wordt opgeslagen?
Het gaat niet om hoogradioactief afval uit kerncentrales, maar om materiaal dat relatief snel zijn radioactiviteit verliest. Denk aan:
- beschermkledij uit ziekenhuizen en nucleaire installaties,
- laboratoriummateriaal,
- onderdelen van machines en kerncentrales.
Volgens NIRAS-woordvoerster Sigrid Eeckhout is de straling van deze vaten beperkt: “Als je er vlakbij staat, is hun radioactiviteit amper de helft van wat je met een CT-scan te verwerken krijgt.”
Het procedé
Het afval wordt samengeperst en ingekapseld in betonnen blokken of ‘monolieten’. Die worden geborgen in speciaal ontworpen gebouwen die later worden afgedekt met dikke klei- en steenlagen. Uiteindelijk blijven er twee met gras begroeide heuvels van zo’n 22 meter hoog over.
Langetermijnplanning
- 2030: eerste compartimenten klaar voor berging.
- 2045: eerste gebouw volledig gevuld en afgesloten.
- 2050: tweede gebouw in gebruik, o.a. voor afval van ontmantelde kerncentrales.
- Tot 350 jaar: monitoring van lucht, bodem en grondwater.
De totale kostprijs wordt geraamd op 2,6 miljard euro.
Volgens Eeckhout zijn de heuvels na drie eeuwen onschuldig: “Als je er dan met een geigerteller langs komt, zal je geen radioactiviteit meer meten.”
