Een consortium onder leiding van Jan De Nul ontwikkelde een innovatieve techniek die PFAS in vervuilde bodem effectief immobiliseert. Dit biedt perspectief voor zwaar vervuilde locaties en beschermt grondwater tegen verdere verontreiniging.
PFAS-verontreiniging vormt wereldwijd een groot milieuprobleem, vooral wanneer sanering moeilijk of onmogelijk is door hoge concentraties of onbereikbare grondlagen. Jan De Nul test in de haven van Antwerpen een methode om PFAS ter plaatse vast te zetten, waardoor verspreiding wordt tegengegaan. Dit gebeurt via een speciaal additief dat in de bodem wordt aangebracht, zelfs op moeilijk toegankelijke plaatsen.
Hoe werkt de PFAS-immobilisatie precies?
In het laboratorium ontwikkelde Jan De Nul een additief dat PFAS in de bodem bindt zodat deze chemische stoffen niet langer kunnen migreren. Dit additief wordt homogeen door de grond gemengd, of geïnjecteerd op plekken waar omwoelen niet mogelijk is, zoals onder infrastructuur of op grote diepte. Door deze aanpak blijft maar liefst 98% van de PFAS immobiel.
De effectiviteit werd getest onder extreme omstandigheden zoals overstromingen, hitte en vorst. De duurzaamheidstesten tonen aan dat de immobilisatie meerdere decennia kan standhouden. De lange termijn-resultaten op het terrein worden nog gemonitord, maar de eerste bevindingen zijn veelbelovend.
Voor welke terreinen is deze techniek geschikt?
De techniek richt zich op terreinen die niet afgegraven kunnen worden, zwaar vervuilde locaties zijn of ongeschikte geotechnische eigenschappen hebben. Dit omvat voormalige stortplaatsen, grond onder wegen of gebouwen, en fijne zandgronden. Voor deze locaties is klassieke sanering zoals soil washing vaak technisch of economisch onhaalbaar.
Een belangrijk voordeel is de toepassing nabij grondwaterbronnen. Door PFAS lokaal te immobiliseren, wordt voorkomen dat de stoffen in het drinkwater terechtkomen. Daarnaast kan de techniek gecombineerd worden met stabiliteitswerken om vervuilde terreinen sneller bouwklaar te maken.
Projectopzet en betrokken partijen
Het demonstratieproject, genaamd PIGGS, wordt uitgevoerd in samenwerking met onder meer UGent, Antea Group, Port of Antwerp-Bruges en Soetaert. Het project kreeg financiering van de Vlaamse overheid, OVAM en het Kenniscentrum Innovatieve Saneringstechnieken (KIS). Jan De Nul’s dochteronderneming Soetaert draagt techniek en expertise bij voor de injectie en menging van het additief.
lees ook
RIVM brengt PFAS-bronnen buiten voedsel en drinkwater in kaart
