Stock-flowmodel brengt toekomst van isolatiematerialen in Vlaanderen in kaart

Stock-flowmodel brengt toekomst van isolatiematerialen in Vlaanderen in kaart

De Vlaamse bouwsector staat voor een dubbele uitdaging: het versnellen van energetische renovaties én het duurzaam beheren van materialen. In dat kader ontwikkelde VITO, in opdracht van OVAM, een stock-flowmodel (SF-model) dat inzicht geeft in het huidige en toekomstige gebruik én vrijkomen van isolatiematerialen in het residentiële gebouwenpark. Het model maakt het mogelijk om niet alleen de aanwezige isolatiematerialen (stock) te analyseren, maar ook de toekomstige materiaalstromen (flow) als gevolg van renovatie en sloop.

Renovatiegolf creëert nieuwe materiaalstromen

De nood aan renovatie in Vlaanderen is groot. Om klimaat- en energiedoelstellingen te halen, moet het renovatietempo omhoog. Tegelijk leidt die renovatiegolf tot een minder zichtbare uitdaging: een groeiende stroom vrijkomende bouwmaterialen. Het SF-model brengt die toekomstige isolatiestromen in kaart, rekening houdend met bouwjaar, woningtype en renovatiegeschiedenis. Zo ontstaat een dynamisch beeld van hoe isolatiematerialen zich opbouwen én vrijkomen doorheen de tijd.

Twee toekomstscenario’s

Om toekomstige materiaalstromen te begrijpen, vergelijkt het model twee scenario’s: Business as Usual (BAU), waarbij de huidige renovatietrend wordt voortgezet, en het doelstellingenscenario 2050 (D2050), waarbij het renovatietempo stijgt tot het niveau dat nodig is om de Vlaamse energiedoelstellingen te behalen. In beide scenario’s zal Vlaanderen geconfronteerd worden met aanzienlijke hoeveelheden vrijkomend isolatiemateriaal. BAU vormt de ondergrens, D2050 de bovengrens. De realiteit zal waarschijnlijk tussen beide liggen, maar zelfs de ondergrens vereist voorbereiding op nieuwe afval- en recyclagestromen.

Tot 500% meer vrijkomend isolatiemateriaal

In het BAU-scenario komt jaarlijks gemiddeld 16,6 kton isolatiemateriaal vrij, waarvan 62% minerale wol, 30% PUR/PIR en 7% EPS/XPS. In het D2050-scenario stijgt dat volume sterk, van 20 kton in 2024 tot 80 kton in 2050. Dat is tot 500% meer dan BAU. De samenstelling verandert ook: synthetische isolatiematerialen zoals PUR/PIR en EPS/XPS nemen duidelijk toe door hun groeiend gebruik in renovaties.

Nieuwe stock, nieuwe uitdagingen

Tegen 2050 bevat het Vlaamse gebouwenpark in het ambitieuze scenario 20% meer isolatiemateriaal, goed voor 597 kton extra. Vooral synthetische materialen groeien sterk, met PUR/PIR dat met 28% toeneemt en EPS/XPS met 43%. Dit creëert een paradox: de vraag naar primaire grondstoffen blijft hoog, terwijl tegelijk de stroom vrijkomende isolatie groeit. Dat opent kansen voor circulariteit, maar enkel als selectieve inzameling mogelijk is, recyclagecapaciteit groeit en verwerkingstechnologieën beschikbaar zijn. Vandaag is vooral voor PUR/PIR de recyclagecapaciteit nog beperkt.

Strategische tool voor circulair beleid

Het stock-flowmodel biedt beleidsmakers en sectoren een datagedreven basis om toekomstige afvalstromen te voorspellen, recyclagecapaciteit te plannen en circulaire strategieën te ontwikkelen. Het kan zo helpen bij bouwregelgeving, investeringsbeslissingen en duurzaam materiaalbeheer. De renovatiegolf is dus niet alleen een energie-uitdaging, maar ook een materiaalvraagstuk.

lees ook

Binnen de muren van de industrie: polyurethaan recycleren is zoals stoofvlees bereiden 

Nieuwsbrief

In je mailbox: aankondigingen van opleidingen, events, nieuws en inzichten over duurzaamheid.

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.