De Vlaamse regering breidt het systeem van indirecte emissiecompensatie uit naar bijkomende sectoren, waaronder de chemie. Sectorfederatie essenscia verwelkomt de beslissing, maar benadrukt dat de investeringsvoorwaarden flexibel moeten blijven en dat de federale energienorm snel uitgevoerd moet worden.
Energie-intensieve bedrijven in de chemie- en life sciencessector kampen al jaren met hoge elektriciteitskosten die hun concurrentiepositie op de internationale markt onder druk zetten. De uitbreiding van de indirecte emissiecompensatie biedt die bedrijven gedeeltelijk compensatie voor de CO2-kosten die via de elektriciteitsprijs worden doorgerekend als gevolg van het Europese emissiehandelssysteem.
Correctie van een concurrentienadeel
Indirecte emissiecompensatie corrigeert een nadeel dat voortvloeit uit het Europese emissiehandelssysteem. Bedrijven betalen via hun elektriciteitsfactuur mee voor de CO2-uitstoot van energieproducenten, terwijl concurrenten buiten Europa dat systeem niet kennen. De uitbreiding naar de chemiesector geeft die ondernemingen extra ademruimte in een economisch moeilijke context.
Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder van essenscia, noemt de beslissing een belangrijke stap. Toch koppelt hij er meteen een voorwaarde aan: de investeringsplicht die aan de steun verbonden is, moet in de praktijk voldoende flexibel worden ingevuld, zowel wat betreft het type investeringen als de termijn waarbinnen die gerealiseerd moeten worden.
Federale energienorm blijft cruciaal
Essenscia benadrukt dat de Vlaamse maatregel op zich niet volstaat om de energiekostenhandicap van de industrie structureel weg te werken. Een snelle federale uitvoering van de energienorm, en meer bepaald de aangekondigde korting op de transmissienettarieven, blijft volgens de federatie onmisbaar. Zonder dat federale luik blijft het gelijke speelveld met buurlanden onvolledig hersteld.
Vooruitblik
De Vlaamse beslissing geeft de energie-intensieve industrie een duidelijk signaal voor een duurzame transitie, maar de volledige oplossing vereist samenwerking tussen de gewestregeringen en de federale overheid. Essenscia rekent erop dat beide beleidsniveaus hun engagementen nu zonder verder uitstel nakomen.
