Een studie van Bond Beter Leefmilieu en FairFin raamt de jaarlijkse gezondheidsschade door industriële uitstoot in Vlaanderen op 2,85 miljard euro. Tien bedrijfsvestigingen zouden samen bijna zestig procent van die kost veroorzaken.
Bond Beter Leefmilieu en FairFin brengen in de studie “Zware industrie in Vlaanderen” de gezondheids- en milieukosten van industriële emissies naar lucht en water in kaart. De analyse koppelt officieel gerapporteerde emissiedata uit het Integraal Milieujaarverslag aan gestandaardiseerde schadekosten van CE Delft.
De cijfers plaatsen het industriebeleid opnieuw in een spanningsveld tussen economische activiteit en publieke kosten. In dat kader vergelijken de auteurs de orde van grootte met de septemberverklaring, die volgens de bron 2 miljard euro moet besparen.
Wat berekent de studie, en over welke periode?
Volgens de studie bedragen de gezondheidskosten door industriële uitstoot in de periode 2019–2024 in totaal 17,08 miljard euro. Omgerekend komt dat neer op gemiddeld 2,85 miljard euro per jaar voor Vlaanderen, op basis van emissies naar lucht en water die bedrijven officieel rapporteren.
De onderzoekers benadrukken dat het om een raming gaat op basis van gestandaardiseerde schadekosten. Daardoor wordt de impact in euro’s vertaald, maar zonder alle mogelijke schadebronnen mee te nemen die buiten de gebruikte datasets vallen.
Welke bedrijven en sectoren wegen het zwaarst door?
De gezondheidsimpact is volgens de auteurs sterk geconcentreerd bij een beperkte groep. De tien bedrijfsvestigingen met de grootste impact zijn samen verantwoordelijk voor 59,9% van de berekende gezondheidskosten.
ArcelorMittal Gent staat in de rangschikking bovenaan met een berekende gezondheidskost van 663,7 miljoen euro per jaar. TotalEnergies volgt met 422,3 miljoen euro per jaar, volgens dezelfde methodiek.
Gezondheidskost versus milieuschade en beleidsimplicaties
Naast gezondheid becijfert de studie ook bredere milieuschade op gemiddeld 7,24 miljard euro per jaar, of 1.047 euro per Vlaming. De bron noemt de raming conservatief, onder meer omdat bodemvervuiling, pesticiden uit de industriële landbouw en de impact van afval niet zijn opgenomen.
