De Belgische zware industrie kan haar CO₂-uitstoot met minstens 90% verminderen tegen 2050, zonder haar economische rol te verliezen. Dat blijkt uit onderzoek van de VUB, uitgevoerd in opdracht van de klimaatdienst van de FOD Volksgezondheid, zo meldt VRT NWS.
Vijf cruciale stappen
De onderzoekers sommen vijf hefbomen op die samen de transitie mogelijk maken:
- Elektrificatie met industriële warmtepompen
Geschikt voor processen tot 700°C. Een ‘no-regret’-maatregel die grote reducties oplevert tegen relatief lage kosten. - Koolstofafvang en -opslag (CCS)
Onmisbaar voor sectoren zoals cement, kalk en chemie. Opgevangen CO₂ kan deels als grondstof worden hergebruikt, zoals bij de bouwblokken van het Genkse Orbix. - Mix van technologieën
Naast warmtepompen en CCS kunnen ook blauwe waterstof, plasticrecyclage en alternatieve brandstoffen bijdragen. - Goedkopere elektriciteit
Elektrificatie blijft pas rendabel als de elektriciteitsprijs maximaal 3 keer hoger ligt dan die van gas. Vandaag is dat verschil vaak 4 keer. - Beslissingen binnen 5 jaar
Investeringen in infrastructuur zoals pijpleidingen voor CO₂-opslag en een sterker elektriciteitsnet (bv. Ventilus) moeten snel worden genomen om de doelstellingen van 2050 te halen.
Politiek en economie hand in hand
Volgens Tomas Wyns (VUB) is vooral CCS onmisbaar, hoe controversieel ook. Bart Steukers (Agoria) benadrukt dat de industrie al veel inspanningen leverde, maar dat nieuwe investeringen vaak economisch niet haalbaar zijn zonder stabiel beleid:
“Zonder gericht beleid riskeren we dat onze technologiebedrijven uit de markt worden geprijsd, terwijl zij net de klimaattechnologie ontwikkelen die we nodig hebben.”
lees ook
Satellieten meten uitstoot van staalindustrie, via een trucje
