Ook dit jaar is de Belgische zomerkalender tot de nok gevuld met festivals. Elk weekend vinden er tientallen evenementen plaats: van kleinschalige dorpsfeesten tot internationale muziekbijeenkomsten. En die festivals pakken almaar meer uit met duurzame initiatieven, denk aan herbruikbare bekers, vegetarische of veganistische foodtrucks en circulaire toiletten. Maar op één vlak blijft het akelig stil: energievoorziening. Ondanks de groene initiatieven halen de meeste festivals hun energie nog steeds voornamelijk uit dieselgeneratoren. Hoog tijd dat daar verandering in komt.
Hernieuwbare bronnen, zoals lokaal opgewekte zonne- of windenergie, vormen voorlopig slechts een klein deel van de totale energiemix. De voornaamste reden? Zekerheid, althans volgens organisatoren. Festivals kunnen zich simpelweg geen stroomuitval veroorloven, zeker niet tijdens een hoofdact. Geen energie betekent geen festival. Maar in de werkelijkheid is vooral het financiële aspect van belang. Het huren van een dieselaggregaat is – in afwachting van CO₂-heffingen of milieutaksen – goedkoper dan het inzetten van batterijen of andere duurzame energieoplossingen.
Dat is tenminste als je de kosten van diesel niet in beschouwing neemt. Een veelgebruikte aggregaat van 250 kVA verbruikt namelijk 45 tot 55 liter per uur. En niet alleen je portefeuille, maar ook de natuur moet eraan geloven. Zo’n aggregaat stoot maar liefst 2,68 kg CO2 uit per liter diesel – oftewel 3.216 kg CO2 per dag. Festivals maken niet gebruik van één, maar van meerdere toestellen, die dag én nacht blijven draaien. Bovendien zijn ze erg inefficiënt: slechts 30 à 40 procent van de energie-inhoud wordt daadwerkelijk omgezet in bruikbare stroom, de rest is warmteverlies. En dat vooral bij lage belasting – typerend voor de op- en afbouw van het festivalterrein.
Geen gehoor voor wetgeving
Vanuit politieke hoek is er vandaag weinig aandrang om festivals te verduurzamen, zeker wat betreft energiegebruik. En de regels die wel worden ingevoerd, krijgen voorlopig weinig gehoor. Zo gelden in Vlaanderen sinds 2019 aangescherpte regels voor de uitstoot van fijnstof (PM) en stikstofoxiden (NOx). Om hieraan te voldoen, werden zogenaamde Stage V-aggregaten ontwikkeld. Deze bevatten een NOx- en roetfilter en zijn dus duurzamer, maar werken niet goed op lage belasting. Daarom worden ze – ondanks de verplichting – nauwelijks ingezet. Om als organisatie niet in greenwashing te vervallen, neem je dus best zelf initiatief. Niet wetgeving, maar ambitie en verantwoordelijkheid moeten de motor van verandering zijn.
Een duurzamere oplossing ligt trouwens voor de hand: een slimme energiemix van lokaal opgewekte zonne- en windenergie, aangevuld met een groene netaansluiting en batterijopslag. Zo’n netaansluiting dekt misschien niet de noden van het hele festival, maar is voldoende om batterijen in te zetten tijdens de opbouw van het evenement. Tijdens het festival zelf voorzien de batterijen een stabiele (piek)stroom, zonder enige vorm van CO2-uitstoot of lawaai.
Nood aan data en inzicht
Om dat te realiseren, heb je inzicht nodig in je energieverbruik. Niet alleen het totale verbruik, maar ook het verloop in de tijd is daarbij belangrijk: wanneer zijn de pieken? Wat verbruik je tijdens de opbouw, de festivaldagen en de afbouw? Wat kan je lokaal opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen? Dat zijn geen vragen die je op gevoel kan beantwoorden. In tegenstelling tot een dieselaggregaat, vergt het dimensioneren van batterijen planning, data-analyse én technische kennis.
En daar knelt vandaag het schoentje. De meeste festivals beschikken nog niet over de nodige data om een correct energieprofiel te schetsen en werken nog met kennis die gebaseerd is op voorgaande edities. Dat leidt niet alleen tot een zekere gewoontevorming, maar ook tot een gebrek aan innovatie. Willen ze écht een verschil maken, moeten organisatoren inzichten vergaren over het effectieve energieverbruik en de eventuele energieopbrengsten. Gelukkig zijn er al festivals die experimenteren met energiehubs: zones op het terrein met een eigen energievoorziening, die apart geoptimaliseerd wordt. Een goede eerste stap, maar er is nog veel werk voor de boeg.
Dit is een ingezonden bijdrage van Bjorn Robbens, oprichter en CEO van C-battery. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.
