Fashion Revolution: “Modemerken zijn nog steeds niet transparant genoeg”

Ondanks veel mooie woorden over duurzaamheid zijn nog te weinig kledingmerken open over hun leveranciers. Bepaalde merken, waaronder Jil Sander, Max Mara, Tom Ford en Mexx, scoren zelfs een nul op transparantie. Dat blijkt uit een studie van Fashion Revolution, dat dinsdag 19 juli de campagne ‘Good Clothes, Fair Pay’ lanceert.

Advertising
 

In de jaarlijkse Fashion Transparency Index zet Fashion Revolution, een ngo die streeft naar een duurzamere mode-industrie, op een rij in hoeverre kledingmerken open zijn over hun leveranciers. Daarbij rangschikt het 250 merken op vlak van transparante toeleveringsketens.

Transparantie is een belangrijke eerste stap richting duurzaamheid, vindt de ngo, “omdat we kledingmerken pas aansprakelijk kunnen stellen voor eventuele misstanden in de toeleveringsketen als we weten waar hun producten gemaakt worden”. Heikele punten daarbij zijn vooral leefbare lonen en overproductie.

Hoewel meer merken dan ooit hun fabrikanten prijsgeven, blijven de resultaten tegenvallen. Bijna de helft van de merken, 48 procent, is open over de directe leveranciers die hun kleren in elkaar stikken (in vaktermen: Tier 1). Met wie die leveranciers samenwerken (in vaktermen: Tier 2, 3 of 4) is vaak onbekend. En gezien de toeleveringsketen van textiel enorm veel schakels omvat, wringt daar volgens Fashion Revolution nog steeds het schoentje.

Uit het rapport van dit jaar blijkt dat merken nog altijd ondermaats scoren op het vlak van openheid. Met een gemiddelde score van 24 procent zijn de meeste bevraagde kledingmerken gebuisd. Meer zelfs: bijna een derde van de bevraagde merken scoorde minder dan 10 procent. Maar liefst zeventien merken kregen bovendien een nul op het vlak van transparantie. Het gaat om Jil Sander, Fashion Nova, New Yorker, Max Mara, Semir, Tom Ford, Helian Home, Belle, Big Bazaar, Elie Tahari, Justfab, K-Way, KOOVs, Metersbonwe, Mexx, Splash and Youngor.

Leefbare lonen

Of andere merken het veel beter doen, is maar de vraag. Bijna geen enkel merk (96 procent) kan aantonen of de arbeiders in hun toeleveringsketen een leefbaar loon ontvangen. Veel verbetering ziet Fashion Revolution niet: maar liefst 94 procent van de merken publiceert geen jaarlijkse doelstellingen of vooruitgang om eerlijke verloning te bewerkstellingen. Bovendien maakt slechts 13 procent van de merken bekend of de fabrieken waar ze mee samenwerken vakbonden toelaten.

Op 19 juli lanceert Fashion Revolution in samenwerking met de Schone Kleren Campagne, Fairtrade International, Fair Wear, Solidaridad, World Fair Trade Organization Europe en de ASN Bank een nieuwe Europese campagne: Good Clothes, Fair Pay. De eerste doelstelling: één miljoen handtekeningen van Europese burgers om leefbare lonen te eisen.

Dat kan aan de hand van strengere wetgeving, klinkt het, volgens het zorgplichtprincipe. Zorgplicht wil zeggen dat bedrijven aansprakelijk zijn voor schendingen van mensenrechten of milieuvervuiling in de volledige keten. Momenteel is hierover zowel op Europees als op Belgisch vlak wetgeving in de maak.

Als dit principe toegepast wordt op lonen, zo hopen de organisaties, kan dat kledingarbeiders en hun families helpen aan armoede te ontsnappen. “Als ouders geen leefbare lonen ontvangen”, reageert Nareen Sheikh van Empowerment Collective op het voorstel van Fashion Revolution, “dan zullen hun kinderen gevangen blijven in een systeem van moderne slavernij.”

Overproductie

Fashion Revolution zet zich behalve voor eerlijke arbeidsomstandigheden, ook in voor een ecologische industrie. Cruciaal daarbij is overproductie. Om die trend te keren, vraagt Fashion Revolution merken hoeveel kleren ze jaarlijks produceren. De meerderheid van de bevraagde merken gaat niet in op die vraag naar het totale volume van hun productie: maar liefst 85 procent geeft geen antwoord.

“Dat is verontrustend”, stelt Fashion Revolution, “want tegelijk is er steeds meer bewijs dat de hoeveelheid textielafval wereldwijd hoge toppen scheert.” Het rapport verwijst naar de Atacamawoestijn in Chili en de stranden van Ghana waar kleding zich ophoopt.

Microplastics

Duurzame mode-consultant Aja Barber, auteur van het recent verschenen Consumed, benadrukt dat de schaal waarop kledingmerken opereren een “stille moordenaar” is. Zij legt de link met de hoeveelheid microplastics in onze leefomgeving. Telkens wanneer we synthetische kleding wassen, komen microvezels vrij, dunne synthetische haartjes van minder dan 5 millimeter. Per wasbeurt gaat het over zo’n 700.000 microvezels, blijkt uit onderzoek van de eco-toxicoloog Colin Janssen (UGent).

Barber benadrukt dat microvezels intussen overal op aarde gevonden zijn, van de hoogste gebergten tot ons bloed en zelfs in placenta’s. “Gebrekkige info over het volume van merken is in die zin enorm problematisch”, aldus de auteur. “Want zolang we niet weten hoeveel kleren geproduceerd worden, kunnen we niet uitrekenen hoeveel microplastics in onze leefomgeving terechtkomen.”

Uit de Transparency Index blijkt bovendien dat slechts 24 procent van de merken een strategie heeft om de impact van microvezels te beperken.

Greenwashing

Waar Aja Barber ook op hamert, is de enorme greenwashing in de mode-industrie: kledingmerken stellen zichzelf groener voor dan ze werkelijk zijn. Zo blijkt uit de Transparency Index dat 45 procent van de kledingmerken voor zichzelf een doelstelling bepaald heeft om met “duurzame materialen” te werken. Maar slechts 37 procent zegt duidelijk wat ze juist verstaan onder “duurzame materialen”.

Hieruit leidt Barber af dat “veel merken gewoon een verhaal verzinnen” om te kunnen beweren dat ze aandacht besteden aan duurzaamheid. “En wij, als consumenten, geloven hun beweringen omwille van hun marketingstrategieën.”

Fashion Revolution zelf verwijst naar Europees onderzoek over greenwashing. Uit een studie van de Europese Commissie blijkt dat in bijna de helft van de gevallen groene uitspraken op los zand gebaseerd zijn. 42 procent van de uitspraken zouden “ofwel overdreven, ofwel onjuist, ofwel bedrieglijk” zijn.

Voorzichtig optimisme

Het is de zevende keer dat Fashion Revolution een rapport uitbrengt over transparantie. De organisatie geeft aan “teleurgesteld” te zijn in de ondervraagde merken. Toch is er ook sprake van voorzichtig optimisme. Een gemiddelde score van 24 procent lijkt misschien bedroevend laag, maar de scores zijn in vergelijking met vorig jaar met één procent gestegen.

“Negen merken konden we voor het eerst over de streep trekken om hun leveranciers prijs te geven”, stelt het rapport. “Meer dan ooit hebben we info over welke fabrieken kleding in elkaar stikken.” Hoewel de toeleveringsketen langer is dan enkel die directe leveranciers, zegt Fashion Revolution zich “gesterkt” te voelen door de behaalde resultaten.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.