Thomas More werkt mee aan een project dat landbouwers moet helpen om ratten en muizen op een natuurlijke manier te bestrijden. Met een toolbox, proefbedrijven en monitoring willen de partners tonen hoe roofdieren zoals uilen en torenvalken plaagpopulaties mee onder controle kunnen houden.
Thomas More werkt mee aan het project ‘(Ge)Wilde Bondgenoten: Samen tegen plaagdieren’, dat landbouwers en onderzoekers samenbrengt rond ecologische plaagbestrijding. Het vertrekpunt is dat landschapselementen zoals houtkanten, heggen en bomenrijen niet alleen schuilplaatsen voor plaagdieren zijn, maar ook leefgebied vormen voor natuurlijke predatoren.
Het project kiest expliciet niet voor chemische bestrijding, maar voor maatregelen die steenuilen, kerkuilen en torenvalken meer kansen geven in het landschap. Volgens de initiatiefnemers moet dat bijdragen aan een duurzamer landbouwsysteem waarin landbouw en natuur elkaar versterken.
Toolbox en praktijkproeven
Binnen het project brengen de partners relevante wetgeving, praktijkvoorbeelden en bestaande kennis samen in een toolbox. Die moet landbouwers een overzicht geven van maatregelen en technieken die in de praktijk inzetbaar zijn, zoals nestkasten, aangepaste aanplantingen en het versterken van bestaande landschapselementen.
Die toolbox blijft niet beperkt tot theorie. Twee proefbedrijven worden intensief opgevolgd met wildcamera’s en andere monitoringtechnieken, terwijl ook op meerdere reguliere landbouwbedrijven een bredere monitoring opstart. Zo willen de partners wetenschappelijk onderbouwde praktijkervaring opbouwen.
Brede samenwerking en kennisdeling
De begeleiding gebeurt door Thomas More, Hooibeekhoeve en Proefbedrijf Pluimveehouderij. Het project wordt gecoördineerd door Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete en verloopt verder in samenwerking met onder meer Provincie Antwerpen Dienst Landbouw, INBO, ILVO, Kerkuilenwerkgroep Vlaanderen en Landwijzer.
Naast onderzoek zetten de partners sterk in op kennisdeling. Landbouwers, studenten en experts worden betrokken via terreinbezoeken, webcams, brochures en informatiesessies, zodat de opgedane inzichten breder verspreid raken en ook andere landbouwbedrijven ermee aan de slag kunnen.
Vooruitblik
Het project loopt van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2027. In die periode willen de partners aantonen dat natuurlijke predatoren en gerichte ingrepen in het landschap een haalbaar alternatief kunnen vormen voor klassieke plaagbestrijding, met concrete handvatten voor landbouwers die ecologischer willen werken.
lees ook
Inagro test in Roeselare hoe landbouwers biogas efficiënter kunnen benutten
