Een team van onderzoekers van KU Leuven testte vijftien filtratiemembranen op hun vermogen om organische microverontreinigingen (OMV’s) uit drinkwater te verwijderen. De studie biedt concrete handvatten aan waterbedrijven om hun zuiveringsprocessen te verbeteren – precies op tijd voor de strengere Europese normen rond waterkwaliteit.
Wat zijn organische microverontreinigingen?
OMV’s zijn reststoffen van onder andere geneesmiddelen, landbouw en industrie die in lage concentraties voorkomen in oppervlakte- en drinkwater. Klassieke waterzuivering verwijdert ze vaak niet volledig. Toch kunnen deze stoffen op lange termijn schadelijk zijn voor mens en milieu. Nieuwe Europese richtlijnen verplichten een betere opvolging en verwijdering van deze stoffen.
Efficiënt filteren met nanomembranen
Onder leiding van professor Ivo Vankelecom (Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, KU Leuven) testten onderzoekers vijftien commercieel beschikbare nanofiltratie- en omgekeerde osmosemembranen. Eerst gebeurde dat in een snelle screeningsopstelling, later volgde een test met stromend water die meer lijkt op een realistische zuiveringsomgeving.
Vier membranen bleken veruit het best te presteren: ze verwijderden gemiddeld 90% van de OMV’s zonder belangrijke zouten uit het water te halen. Dat maakt ze uitermate geschikt voor toepassing in drinkwaterzuivering.
Paracetamol of sertraline? Filterkeuze op maat
De effectiviteit van een membraan hangt sterk af van de eigenschappen van de verontreiniging. Paracetamol, een klein en oplosbaar molecuul, passeert makkelijker door membranen dan sertraline, een antidepressivum dat door zijn grootte en structuur gemakkelijker wordt tegengehouden.
Professor Deirdre Cabooter (Faculteit Farmaceutische Wetenschappen, KU Leuven): “We tonen aan dat ook moeilijk detecteerbare stoffen uit drinkwater gehaald kunnen worden met commercieel beschikbare technologie. Dat maakt de stap naar praktische toepassingen een stuk kleiner.”
Snelle implementatie voor strengere normen
De studie maakt deel uit van een breder FWO SBO-project in samenwerking met UGent. Volgens professor Raf De Wil, coördinator van het project, zijn de resultaten meteen toepasbaar: “De gebruikte membranen zijn al op de markt, dus watermaatschappijen kunnen snel schakelen om te voldoen aan de aangescherpte Europese richtlijnen sinds maart 2024.”
lees ook
Vervuiling en verspilling: Europese wateren zijn er slecht aan toe
