Een onderzeese vulkaan in de Stille Oceaan heeft wetenschappers versteld doen staan: na de uitbarsting in 2022 bleek het gevaarte een deel van zijn eigen methaanuitstoot ook zelf weer af te breken. De ontdekking opent nieuwe perspectieven voor de aanpak van klimaatverandering.
Toen de vulkaan Hunga Tonga-Hunga Ha’apai in januari 2022 uitbarstte, was dat een van de hevigste vulkaanuitbarstingen ooit gemeten. Wat daarna volgde, verraste de wetenschap minstens even hard: satellietmetingen toonden ongewoon hoge concentraties formaldehyde in de vulkanische pluim. Formaldehyde is een kortlevend tussenproduct dat ontstaat bij de afbraak van methaan in de atmosfeer, wat bewees dat de vulkaan zijn eigen methaanvervuiling gedeeltelijk opruimde.
IJzerzoutaerosolen als sleutel
Onderzoekers schrijven het proces toe aan een samenspel van stof, zout en zonlicht. Saharastof dat over de Atlantische Oceaan waaide, vermengde zich met zeezout uit waternevels. Zo ontstonden kleine deeltjes, bekend als ijzerzoutaerosolen. Wanneer zonlicht op deze aerosolen valt, vormen zich chlooratomen die methaan afbreken. Eerste auteur Maarten van Herpen, wiens studie verscheen in Nature, kon de formaldehyde-wolk tien dagen lang volgen tot in Zuid-Amerika.
Methaan als noodrem op klimaatverandering
Methaan is verantwoordelijk voor een derde van de huidige opwarming van de aarde, wat onderstreept hoe belangrijk het is om de gevolgen van klimaatverandering serieus te nemen. Over een periode van twintig jaar is het broeikasgas naar verwachting ongeveer tachtig keer zo krachtig als CO2. Omdat methaan relatief snel afbreekt in de atmosfeer, doorgaans binnen een tiental jaar, spreken onderzoekers van methaanreductie als een mogelijke noodrem op klimaatverandering die cruciaal kan zijn voor het bereiken van klimaatdoelstellingen.
Inspiratie voor industrie
De bevindingen willen de onderzoekers nu vertalen naar een groeiend onderzoeksveld dat de afbraak van methaan in de atmosfeer kunstmatig wil versnellen. Matthew Johnson van de Universiteit van Kopenhagen stelt dat de industrie dit natuurlijke fenomeen zou kunnen nabootsen, mits bewezen veilig en effectief. De satellietmethode die de onderzoekers gebruikten, kan daarbij helpen om toekomstige interventies te evalueren.
