België heeft recht op bijna 1,9 miljard euro uit Europese klimaatinkomsten, maar het geld blijft voorlopig onbenut. De Vlaamse, Waalse, Brusselse en federale regering raken het al drie jaar niet eens over hoe de middelen verdeeld moeten worden. Daardoor kan het budget voorlopig niet ingezet worden voor onder meer warmtepompen, renovaties of de vergroening van de industrie.
Europees klimaatgeld uit het ETS-systeem
De middelen komen uit het Europese emissiehandelssysteem, het zogenaamde EU Emissions Trading System (ETS). In dat systeem betalen energieproducenten en zware industrie voor hun uitstoot van broeikasgassen via CO₂-rechten. De inkomsten daarvan worden opnieuw verdeeld onder de lidstaten om klimaatmaatregelen te financieren.
Voor België gaat het momenteel om ongeveer 1,89 miljard euro aan inkomsten die zijn opgebouwd tussen januari 2023 en februari 2026. Dat bedrag staat echter op een geblokkeerde rekening zolang er geen akkoord is over de verdeling.
Het geld zou onder meer gebruikt kunnen worden voor:
- subsidies voor warmtepompen
- renovatiepremies voor woningen
- investeringen in openbaar vervoer
- ondersteuning voor de vergroening van industrie
Dergelijke maatregelen leveren vaak veel klimaatwinst op, maar vragen grote investeringen.
Investeringen in industrie en energie-infrastructuur
Naast woningen kan het klimaatbudget ook ingezet worden voor de industrie. Denk aan industriële warmtepompen, waterstofinfrastructuur of aanpassingen aan elektriciteitsnetten.
Voor de Belgische industrie komt dat op een belangrijk moment. Europese bedrijven hebben het moeilijk door hoge energieprijzen en internationale concurrentie. Extra steun voor energietransitie kan investeringen versnellen en de uitstoot verminderen.
Ook daarom vragen industriële organisaties al langer om meer middelen uit de Europese klimaatpot te gebruiken voor vergroening.
Onenigheid over de verdeling van het klimaatgeld
Het geld blijft geblokkeerd omdat de verschillende Belgische regeringen het niet eens raken over een nieuwe verdeelsleutel.
Tot 2022 werd het klimaatbudget verdeeld volgens deze percentages:
- Vlaanderen: 52,8%
- Wallonië: 30,7%
- Brussel: 7,6%
- Federaal niveau: 9,1%
Sinds 2023 onderhandelen de regeringen over een nieuwe regeling die tot 2030 moet gelden.
Die verdeelsleutel bepaalt niet alleen hoe het geld wordt verdeeld, maar ook welke inspanningen elk gewest moet leveren om de uitstoot te verminderen. De discussie gaat dus tegelijk over financiële middelen én klimaatdoelstellingen.
Klimaatdoelstellingen zorgen voor spanningen
De onderhandelingen lopen vooral vast op de klimaatdoelen voor 2030. Volgens Europese afspraken moet België de uitstoot in bepaalde sectoren met 47 procent verminderen tegenover 2005.
Vooral Vlaanderen heeft zich de afgelopen jaren terughoudend opgesteld tegenover dat doel. Dat maakt het moeilijk om tot een akkoord te komen over zowel de lasten als de lusten van het klimaatbeleid.
Daarnaast zorgden lange regeringsvormingen, vooral in Brussel, voor extra vertraging in de onderhandelingen.
Nog meer Europees klimaatgeld op komst
De nood aan een akkoord neemt toe, omdat de Europese inkomsten de komende jaren verder zullen groeien.
België kan tegen 2030 naar schatting nog minstens 2,5 miljard euro extra ontvangen uit het huidige ETS-systeem. Daar komen binnenkort nog twee nieuwe inkomstenbronnen bij:
- ETS2: een CO₂-heffing voor gebouwen en transport
- CBAM: een Europese CO₂-grensheffing op ingevoerde producten
Samen zouden die tegen 2030 nog miljarden euro’s extra kunnen opleveren.
Kans op doorbraak in de onderhandelingen
Nu er opnieuw een Brusselse regering is, hopen beleidsmakers dat de onderhandelingen opnieuw vooruitgaan.
Vlaanderen leidt momenteel de Nationale Klimaatcommissie, waar de gesprekken plaatsvinden. Volgens Vlaams minister van Klimaat Hans Bonte moet er zo snel mogelijk duidelijkheid komen over de verdeling van de energie- en klimaatmiddelen binnen België.
Een recente samenwerking met de federale regering rond een elektriciteitskorting voor gezinnen en bedrijven geeft volgens hem aan dat compromissen mogelijk zijn.
Zolang er echter geen akkoord is, blijft bijna 1,9 miljard euro aan Europese klimaatmiddelen ongebruikt.
