De fiscale spelregels voor bedrijfswagens veranderen ingrijpend. Bedrijfswagens met een benzine- of dieselmotor die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, gehuurd of geleased, zijn niet langer fiscaal aftrekbaar. Ook plug-inhybrides vallen grotendeels uit de boot. Enkel volledig elektrische bedrijfswagens en voertuigen op waterstof behouden hun fiscale voordelen. Wat betekent dat concreet voor bedrijven en zelfstandigen? En is het verstandig om nu al de overstap te maken?
Enkel elektrische bedrijfswagens fiscaal aftrekbaar vanaf 2026
Vanaf 2026 zijn nieuwe bedrijfswagens met CO₂-uitstoot definitief niet meer fiscaal aftrekbaar. Daarmee loopt de overgangsperiode die in juli 2023 werd aangekondigd, af. Enkel koolstofemissievrije bedrijfswagens blijven fiscaal interessant. Het gaat om volledig elektrische voertuigen en waterstofwagens. Voor deze voertuigen blijft de fiscale aftrekbaarheid in 2026 nog 100%. Daarna wordt ze geleidelijk afgebouwd, afhankelijk van het jaar van aankoop, leasing of huur.
Afbouw van de aftrekbaarheid van elektrische bedrijfswagens
Elektrische bedrijfswagens blijven fiscaal voordelig, maar ook hier bouwt de overheid de aftrekbaarheid stelselmatig af. Het percentage hangt af van het moment waarop het voertuig wordt aangekocht, geleased of gehuurd:
- vanaf 1 januari 2026: 100% aftrekbaar
- vanaf 1 januari 2027: 95% aftrekbaar
- vanaf 1 januari 2028: 90% aftrekbaar
- vanaf 1 januari 2029: 82,5% aftrekbaar
- vanaf 1 januari 2030: 75% aftrekbaar
- vanaf 1 januari 2031: 67,5% aftrekbaar
Deze aftrekbaarheid geldt niet alleen voor het voertuig zelf, maar ook voor aanverwante kosten zoals onderhoud, verzekering, elektriciteit en de installatie van laadpalen.
Bedrijfswagens met CO₂-uitstoot verdwijnen uit het fiscale voordeel
Bedrijfswagens met een verbrandingsmotor die tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 werden aangekocht of geleased, zitten in een uitdoofscenario. Hun fiscale aftrekbaarheid daalt stapsgewijs tot nul in 2028. Voor voertuigen die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, is er geen aftrek meer mogelijk.
Een beperkte uitzondering geldt voor zelfstandigen met een eenmanszaak en bepaalde plug-inhybrides met een lage CO₂-uitstoot. De voorwaarden zijn echter streng, waardoor deze voertuigen fiscaal minder aantrekkelijk worden dan volledig elektrische alternatieven.
Elektrische bedrijfswagens en de solidariteitsbijdrage
Werkgevers die een bedrijfswagen ook privé laten gebruiken, betalen een maandelijkse CO₂-solidariteitsbijdrage aan de RSZ. Voor wagens met een verbrandingsmotor stijgt deze bijdrage fors door een vermenigvuldigingsfactor die oploopt tot 4 in 2026 en 5,5 in 2027.
Elektrische bedrijfswagens vallen eveneens onder deze regeling, maar blijven beperkt tot een minimumbijdrage. Die stijgt wel geleidelijk, maar blijft aanzienlijk lager dan bij wagens met CO₂-uitstoot. Daardoor wordt het kostenverschil tussen elektrische en fossiele bedrijfswagens steeds groter.
Wat met BIV en verkeersbelasting voor elektrische bedrijfswagens?
De belasting op inverkeerstelling en de jaarlijkse verkeersbelasting verschillen per gewest:
- In Vlaanderen geldt voor elektrische wagens nog een vrijstelling tot eind 2025. Vanaf 2026 verdwijnt dit voordeel, al blijven de tarieven lager dan voor brandstofwagens.
- In Brussel en Wallonië geldt het minimumtarief voor BIV en verkeersbelasting.
Voor elektrische bestelwagens blijft de regeling gunstiger: zij zijn in heel België vrijgesteld van BIV.
Is de overstap naar elektrische bedrijfswagens nu al zinvol?
Wie wacht tot 2026, mist mogelijk fiscale voordelen. Premies en aftrekpercentages worden in de toekomst verder afgebouwd. Bovendien stijgen de kosten voor bedrijfswagens met CO₂-uitstoot door hogere solidariteitsbijdragen en lagere aftrekbaarheid.
Hoewel elektrische wagens vandaag vaak nog duurder zijn in aankoop, compenseren lagere gebruikskosten en fiscale voordelen dat verschil. In veel gevallen ligt de totale kost over de volledige levensduur lager dan bij een klassieke bedrijfswagen.
Laadinfrastructuur blijft een aandachtspunt
Het aantal publieke en private laadpalen groeit, maar een versnelling blijft nodig. Overheden bieden daarom in sommige gevallen subsidies of premies aan voor de installatie van laadpalen bij bedrijven en particulieren. Ook investeringen in laadinfrastructuur blijven fiscaal aftrekbaar, wat de overstap vergemakkelijkt.
Conclusie: elektrische bedrijfswagens worden de norm
Vanaf 2026 verdwijnen fiscale voordelen voor bedrijfswagens met CO₂-uitstoot vrijwel volledig. Elektrische bedrijfswagens blijven het meest toekomstbestendige alternatief, zowel fiscaal als economisch. Wie tijdig overschakelt, spreidt de investering en haalt maximaal voordeel uit het huidige gunstige regime.
lees ook
Elektrische fiets rukt op, maar duurzame mobiliteit vraagt meer dan dat
