Netbeheerder Elia begint op 14 september met voorbereidende werken voor de Ventiluslijn, de hoogspanningslijn die stroom van windparken op zee naar het binnenland moet brengen. Dat gebeurt ondanks nog lopende procedures tegen het project, wat kritiek oplevert van een aantal West-Vlaamse burgemeesters.
De Ventiluslijn moet elektriciteit van offshore windparken via West-Vlaanderen naar het elektriciteitsnet transporteren. Elia beschikt over een vergunning voor de werken, maar tegen delen van het project lopen nog verschillende juridische procedures. Toch kiest de netbeheerder ervoor om niet op de uitkomst daarvan te wachten.
Voorbereidende werken in tien gemeenten
Volgens Lotte Van der Stockt van Elia starten de voorbereidende werken in een tiental van de achttien betrokken gemeenten. “In eerste instantie worden vooral de werven ingericht. Er komen toegangswegen en de ondergrond wordt versterkt, zodat we machines kunnen gebruiken en de terreinen bouwklaar zijn”, zegt ze.
Elia erkent dat er nog procedures lopen, maar benadrukt dat die niet opschortend werken. “We hebben een vergunning voor de werken die uitgevoerd zullen worden. Juridische procedures vragen tijd, maar we willen daar niet op wachten, gezien het maatschappelijk belang van Ventilus”, aldus Van der Stockt.
Burgemeesters spreken van risico
Burgemeester Bart Dochy (CD&V) van Ledegem is kritisch en spreekt namens meerdere betrokken gemeenten. Hij wijst erop dat de lopende procedures niet vervallen door de start van de werken. In het najaar wordt een uitspraak van de Raad van State verwacht over het ruimtelijk uitvoeringsplan, de basis voor de omgevingsvergunningen.
“Beslist de Raad van State dat het plan niet standhoudt, dan is er ook geen rechtsgrond meer voor de omgevingsvergunningen. Elia neemt dus een risico”, zegt Dochy. Ook de verklaring van openbaar nut, waarover federaal minister van Economie David Clarinval (MR) zich nog moet uitspreken, is nog niet definitief goedgekeurd.
Vooruitblik
Dochy noemt de handelwijze van Elia onheus, maar blijft bereid tot overleg. De betrokken gemeenten volgen zowel de uitvoering van de werken als de juridische procedures nauwgezet op, terwijl de uitspraak van de Raad van State dit najaar wordt verwacht.
