Melkveehouders met grasrijke rantsoenen kunnen hun klimaatimpact met vijf tot elf procent verlagen door dagelijks 400 gram plantaardig vet toe te voegen in de vorm van lijnzaad of een combinatie van lijnzaad en koolzaad. Dat blijkt uit doctoraatsonderzoek van Joni Van Mullem aan ILVO en UGent, zonder dat de melkproductie daaronder lijdt.
Het onderzoek speelt in op een concreet dilemma voor melkveehouders. Gras is klimaatrobuust en minder gevoelig voor extreme weersomstandigheden dan maïs, maar grasrijke rantsoenen gaan gepaard met hogere methaanemissies. Bovendien verzwakken ze het effect van voedermaatregelen die methaan reduceren.
Plantaardig vet als praktische maatregel
Geëxtrudeerd lijnzaad blijkt een effectieve en haalbare oplossing. Vierhonderd gram ruw vet per dag reduceert de methaanemissies met vijf procent, ongeacht het aandeel graskuil in het rantsoen. Wie kosten wil drukken, kan 44 procent van het lijnzaad vervangen door koolzaad. Die combinatie levert zelfs elf procent reductie op, opnieuw zonder impact op de melkproductie.
De verklaring ligt in de samenstelling van het rantsoen. Meer vet betekent minder fermenteerbaar voeder, waardoor er in de pens minder methaan gevormd wordt. Een bijkomend voordeel is dat de maatregel integreerbaar is in een gebalanceerd rantsoen, zonder extra additieven.
Wilde planten tonen potentieel, maar zijn nog niet praktijkklaar
Van Mullem testte ook 45 wilde planten, struiken en bomen in het labo. Zevenentwintig daarvan toonden een matig tot sterk methaanreducerend effect. Jonge twijgen van de tamme kastanje springen eruit met een reductie van 94 procent in laboproeven. Voor biologische melkveehouders, die weinig andere maatregelen ter beschikking hebben, is dit een interessante piste voor verder onderzoek.
Druk op de sector neemt toe
De urgentie is reëel. In het Convenant Enterische Emissies Rundvee uit 2019 engageerden vijftien organisaties zich om methaanemissies verlagen tegen 2030 met veertien procent ten opzichte van 2005. Omdat de uitstoot sindsdien nog steeg, bedraagt de vereiste reductie inmiddels 22 procent. In 2024 pasten slechts 206 Vlaamse melkveehouders methaanarm voederen toe. Van Mullem verdedigde haar doctoraat op 30 april 2026, gefinancierd door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek.
