Volgens een nieuwe studie stevenen we af op een verlies van 4.000 gletsjers per jaar. Tegen 2050 bereiken we een piek van wereldwijde gletsjeruitsterving.
Een nieuwe studie van VUB-onderzoekers legt een wereldwijde verdwijntrend van gletsjers bloot. Volgens het onderzoek, gepubliceerd in Nature Climate Change, zal het aantal verdwijnende gletsjers pieken tussen 2041 en 2055. In dat decennium kunnen tot 4.000 gletsjers per jaar verloren gaan. “Het is de eerste keer dat we per individuele gletsjer op aarde het jaar van verdwijning hebben berekend”, begint Lander Van Tricht, Glacioloog bij de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en ETH Zürich.
De onderzoekers benoemen dit met de term Peak Glacier Extinction. Dit is het moment waarop de uitstervingsgolf haar maximum bereikt. Waarom zijn gletsjers belangrijk voor ons en kunnen we het tij nog keren?
Gezonde gletsjer
“Vandaag tellen we wereldwijd zo’n 200.000 gletsjers op basis van satellietdata”, aldus Van Tricht. Voor we verder kijken naar het lot van gletsjers, moeten we enkele stappen terugzetten. Als doorsnee Belg is een gletsjer eerder een vaag fenomeen.
Een gletsjer is kort door de bocht een ijsmassa in beweging, vergelijk het met een rivier van ijs. Van Tricht legt uit: “Op plaatsen waar het koud genoeg is, blijft sneeuw het hele jaar door liggen. Wanneer dat jaar na jaar gebeurt, kan die sneeuwlaag dik genoeg geworden zijn en transformeren in ijs. Door het gewicht van het ijs begint deze massa vervolgens te bewegen. Op dat punt is de gletsjer geboren.”
Een gezonde gletsjer wint hoog in de bergen evenveel ijs als dat deze beneden verliest. “Vandaag de dag zien we echter dat er bovenaan minder sneeuw valt, en onderaan veel meer wegsmelt. Bijgevolg is de balans negatief en verliest de gletsjer nettomassa”, stelt hij.
“Het draait niet alleen om ijsvolume, maar ook om het aantal. Elke gletsjer is belangrijk.”
Lander Van Tricht, Glacioloog bij VUB en ETH Zürich
Voorbij ijsvolumes
De voorbije jaren zijn er heel wat onderzoeken uitgevoerd naar het voortbestaan van gletsjers wereldwijd. “Deze studies kijken voornamelijk naar ijsvolumes, hoeveel oppervlakte er ingenomen wordt en hoe dat evolueert in de toekomst”, aldus Van Tricht. “Die insteek is uiteraard relevant voor onder andere de zeespiegelstijging en zoetwatervoorraad.”
Met dit onderzoek geven de onderzoekers een nieuw, onderbelicht perspectief. “We kijken voor het eerst naar het aantal gletsjers dat zal verdwijnen”, stelt hij.


Scenario’s
“Hoeveel gletsjers er exact zullen verdwijnen, hangt af van welk scenario we de komende jaren volgen”, stelt Van Tricht. Voor we de verschillende scenario’s belichten, is het belangrijk om te begrijpen wat een ‘dode gletsjer’ of een ‘verdwenen gletsjer’ precies is.
“Het uitstervingsjaar wordt per gletsjer bepaald door te kijken naar het moment waarop de gletsjer onder de criteria duikt om als gletsjer benoemd te worden. Wanneer een gletsjer kleiner is dan 0,01 vierkante meter (vergelijkbaar met een voetbalveld), of kleiner dan één procent van het volume die het vandaag heeft, dan is het geen gletsjer meer’, legt Van Tricht uit.
Alles heeft te maken met de opwarming van de aarde. Wanneer we in overeenstemming met het Akkoord van Parijs onder de 1,5 graden opwarming blijven, houden we 100.000 gletsjers over tegen het einde van de eeuw. “Helaas weten we dat deze optimistische doelstellingen niet meer haalbaar zijn. Momenteel zitten we al op 1,3 graden opwarming”, vult hij aan.
“Als we kijken naar wat beleidsmakers vandaag de dag beloven en uitvoeren, stevenen we af op 2,7 graden opwarming tegen het einde van de eeuw. Dit is het meest realistische scenario en houdt een verlies van 80 procent van alle gletsjers wereldwijd in.”
In het meest slechte scenario, bij een temperatuurstijging van vier graden, blijft er slechts tien procent van alle gletsjers over. Van Tricht benadrukt dat elke 0,1 graad ertoe doet. “Hoe sneller we de temperatuur kunnen stabiliseren, hoe meer gletsjers we nog kunnen redden.”


Europese Alpen
Het onderzoek richt zich op gletsjers wereldwijd. Hoewel we in ons Belgenland geen gletsjers kennen, wordt de impact duidelijker wanneer we ons licht werpen op gletsjers in de Europese Alpen. “Daar blijven in het scenario van 2,7 graden temperatuurstijging slechts 110 gletsjers over, bij vier graden nog maar twintig”, weet Van Tricht. “De meest bekende gletsjer van de Alpen, de Aletsch gletsjer, zou in het slechtste scenario evolueren van de grootste gletsjer in de Alpen naar slechts enkele kleine ijsrestanten.”
Maar ook andere bekende gletsjers in de Alpen zijn gedoemd te verdwijnen. Zo moeten we in élk scenario afscheid nemen van de Pasterze gletsjer bij de Großglockner, de hoogste berg van Oostenrijk. Ook Mer de Glace, de bekendste gletsjer in Frankrijk, kan er niet meer aan ontkomen, net zoals de grootste gletsjers in Italië. Ook Duitsland zal volledig ijsvrij worden. De lijst kan zo helaas blijven doorgaan.
“In de Pyreneeën zullen binnen vijftien tot twintig jaar al geen gletsjers meer te zien zijn”, weet Van Tricht. “De meest gevoelige regio op aarde is de Alpen, die in elk scenario zo’n 80 procent van alle gletsjers zal verliezen. Of we gletsjers in de Alpen in 2100 nog kunnen zien of dat ze alleen hoofdstukken in de geschiedenisboeken worden, zal afhangen van onze beslissingen vandaag.”
“Bij een stijging van 2,7 graden blijven er van de meer dan twintig kilometer lange Aletsch gletsjer slechts enkele ijsrestanten over.”
Lander van tricht, glacioloog bij VUB en ETH Zürich
Natuurlijke waterresevoirs
Gletsjers zijn een prachtig natuurfenomeen die van onschatbare waarde zijn voor lokale gemeenschappen, zeker in termen van toerisme. “De bekendste gletsjer van Europa, Aletsch, is bijvoorbeeld een van de grootste toeristische magneten van Zwitserland”, stelt Van Tricht.
Naast het economische en emotionele aspect, hebben ze ook een maatschappelijke functie. “Gletsjers fungeren als natuurlijke waterreservoirs. In de zomer zorgt gletsjersmelt voor een toevoer van zoetwater in de valleien. Zeker in gebieden zoals Azië is dit van onschatbare waarde. Zo’n twee miljard mensen hangen af van dat water”, weet Van Tricht.
In de Alpen daarentegen valt er in de zomer wel voldoende neerslag, waardoor de rivieren minder afhankelijk zijn van gletsjersmelt. Maar toch ook niet helemaal: de Rijn, één van de langste rivieren in Europa, wordt gedeeltelijk gevoed door gletsjers in de Alpen. “Wanneer het debiet van de Rijn in de zomer te laag staat, kunnen schepen hier niet meer varen”, stelt Van Tricht. “Bovendien wordt het water uiteindelijk afgevoerd naar de oceaan, waardoor de zeespiegel stijgt. Zo treft het smelten van gletsjers aan de andere kant van de wereld ook de haven van Antwerpen of de kustlijn in Oostende.”
Het tij keren?
Is het dan echt al te laat? Volgens Van Tricht bestaan er wel manieren om gletsjers op artificiële manieren in leven te houden, al zijn er grote ecologische en economische vraagtekens bij te stellen, en is de schaalbaarheid beperkt.
“In grote skigebieden of op belangrijke toeristische locaties zoals ijsgrotten, worden delen van gletsjers in de zomer ingepakt. In de winter wordt er dan weer sneeuw bijgespoten”, weet hij. Toch zijn deze technieken helaas niet de heilige graal voor het behouden van gletsjers. “Meestal schuilen er economische redenen achter, en kan je je afvragen wat zo’n artificiële gletsjer dan nog van waarde heeft.”
“De keuzes van de komende jaren zullen niet dienen om het grootste deel van de Alpen-gletsjers te redden, maar om te bepalen of ze volledig zullen verdwijnen en hoe snel.”
Lander Van Tricht, glacioloog bij VUB en ETH Zürich
Bovendien zijn die technieken niet overal toepasbaar. “In Aziatische gebergtes, waar de gletsjers van levensbelang zijn, is het niet mogelijk om gletsjers in te pakken of sneeuw bij te spuiten.”
Het uitsterven van gletsjers wereldwijd heeft niet alleen een emotionele, economische en maatschappelijke impact, het is ook een krachtige weergave van wat klimaatverandering teweegbrengt. “De enige manier om gletsjers op natuurlijke wijze te redden, is om de temperatuurstijging te doen stabiliseren. Onze beslissingen van vandaag zullen bepalen of onze kinderen later nog gletsjers zullen zien”, besluit Van Tricht.
